Inglés

Traducciones detalladas de manage de inglés a neerlandés

manage:

to manage verbo (manages, managed, managing)

  1. to manage (administer; run)
    beheren; besturen; administreren
    • beheren verbo (beheer, beheert, beheerde, beheerden, beheerd)
    • besturen verbo (bestuur, bestuurt, bestuurde, bestuurden, bestuurd)
    • administreren verbo (administreer, administreert, administreerde, administreerden, geadministreerd)
  2. to manage (cope with)
    managen; iets aankunnen
  3. to manage (cope; fix; bring off; pull off)
    voor elkaar krijgen; klaarspelen; fiksen; flikken
    • klaarspelen verbo (speel klaar, speelt klaar, speelde klaar, speelden klaar, klaargespeeld)
    • fiksen verbo (fiks, fikst, fikste, fiksten, gefikst)
    • flikken verbo (flik, flikt, flikte, flikten, geflikt)
  4. to manage (pull it off; get done; fix; )
    voor elkaar krijgen; fiksen; klaarspelen
  5. to manage (make ends meet; get by; scrape along; manage on; make do)
    zich kunnen bedruipen; uitkomen; rondkomen
  6. to manage (bring it off; carry it out)
    bolwerken
    • bolwerken verbo (bolwerk, bolwerkt, bolwerkte, bolwerkten, gebolwerkt)
  7. to manage
    – To adjust the action or aspects of a group of items, typically done more than once. 1
    beheren
    • beheren verbo (beheer, beheert, beheerde, beheerden, beheerd)

Conjugaciones de manage:

present
  1. manage
  2. manage
  3. manages
  4. manage
  5. manage
  6. manage
simple past
  1. managed
  2. managed
  3. managed
  4. managed
  5. managed
  6. managed
present perfect
  1. have managed
  2. have managed
  3. has managed
  4. have managed
  5. have managed
  6. have managed
past continuous
  1. was managing
  2. were managing
  3. was managing
  4. were managing
  5. were managing
  6. were managing
future
  1. shall manage
  2. will manage
  3. will manage
  4. shall manage
  5. will manage
  6. will manage
continuous present
  1. am managing
  2. are managing
  3. is managing
  4. are managing
  5. are managing
  6. are managing
subjunctive
  1. be managed
  2. be managed
  3. be managed
  4. be managed
  5. be managed
  6. be managed
diverse
  1. manage!
  2. let's manage!
  3. managed
  4. managing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Translation Matrix for manage:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
besturen directing; governing; leading; ruling
flikken chocolat drops
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
administreren administer; manage; run
beheren administer; manage; run
besturen administer; manage; run command; direct; lead; preside
bolwerken bring it off; carry it out; manage
fiksen bring off; cope; finish; fix; fix it up; get done; manage; pull it off; pull off; pull the trick fix; mend; repair; restore
flikken bring off; cope; fix; manage; pull off do s.o. a bad turn; put it over on s.o.
iets aankunnen cope with; manage
klaarspelen bring off; cope; finish; fix; fix it up; get done; manage; pull it off; pull off; pull the trick accomplish; succeed
managen cope with; manage command; direct; lead; preside
rondkomen get by; make do; make ends meet; manage; manage on; scrape along
uitkomen get by; make do; make ends meet; manage; manage on; scrape along arise from; be all right; be fit; be fulfilled; be right; be suitable; become known; befit; come out; come true; emerge; evolve out of; originate from; stem from; suit; suit one's convenience
voor elkaar krijgen bring off; cope; finish; fix; fix it up; get done; manage; pull it off; pull off; pull the trick accomplish; bring about; bring forth; create; generate; produce; succeed
zich kunnen bedruipen get by; make do; make ends meet; manage; manage on; scrape along
- bring off; care; carry off; contend; cope; deal; do; finagle; get by; grapple; handle; make do; make out; negociate; oversee; pull off; superintend; supervise; wangle; wield
OtherTraducciones relacionadasOther Translations
uitkomen issue
- carry on; do; handle

Palabras relacionadas con "manage":


Sinónimos de "manage":


Antónimos de "manage":


Definiciones relacionadas de "manage":

  1. handle effectively2
    • The young violinist didn't manage her bow very well2
  2. be in charge of, act on, or dispose of2
    • She managed her parents' affairs after they got too old2
  3. watch and direct2
  4. be successful; achieve a goal2
    • I managed to carry the box upstairs2
  5. carry on or function2
  6. achieve something by means of trickery or devious methods2
  7. come to terms with2
  8. To adjust the action or aspects of a group of items, typically done more than once.1

Wiktionary: manage

manage
verb
  1. to succeed at an attempt
  2. to direct or be in charge
manage
verb
  1. het beheer hebben over iets
  2. iets leiden, besturen
  3. in staat zijn zelfstandig dagelijkse dingen te doen
  4. iets moeilijks in orde of ten einde brengen

Cross Translation:
FromToVia
manage uitkomen auskommen — mit Dingen umgehen können
manage leiden; runnen leiten — die Führung ausüben
manage slagen schaffen — etwas zu Ende bringen, bestehen, eine Aufgabe bewältigen
manage administreren; beheren; besturen; toedienen administrergouverner, régir les affaires public ou particulier.
manage administreren; beheren; besturen; toedienen gérer — Administrer, diriger, manager
manage halen; inslaan; raken; teisteren; treffen; doorkomen; klaarspelen; slagen; slagen voor; bereiken; behalen; inhalen; reiken tot parvenir — Arriver à un point donné à la suite d’un déplacement. (Sens général)
manage administreren; beheren; besturen; toedienen régirgouverner, diriger, conduire.
manage doorkomen; klaarspelen; slagen; slagen voor; erin slagen réussir — Avoir une bonne ou une mauvaise issue.

Manage:


Definiciones relacionadas de "Manage":

  1. A UI element that enables a user to control a specific object.1

Traducciones relacionadas de manage



Neerlandés

Traducciones detalladas de manage de neerlandés a inglés

managen:

managen verbo (manage, managed, managde, managden, gemanaged)

  1. managen (iets aankunnen)
    to manage; to cope with
    • manage verbo (manages, managed, managing)
    • cope with verbo (copes with, coped with, coping with)
  2. managen (leiding geven; leiden; besturen; aanvoeren; voorzitten)
    to lead; to preside; to direct; to command
    • lead verbo (leads, led, leading)
    • preside verbo (presides, presided, presiding)
    • direct verbo (directs, directed, directing)
    • command verbo (commands, commanded, commanding)

Conjugaciones de managen:

o.t.t.
  1. manage
  2. managed
  3. managed
  4. managen
  5. managen
  6. managen
o.v.t.
  1. managde
  2. managde
  3. managde
  4. managden
  5. managden
  6. managden
v.t.t.
  1. heb gemanaged
  2. hebt gemanaged
  3. heeft gemanaged
  4. hebben gemanaged
  5. hebben gemanaged
  6. hebben gemanaged
v.v.t.
  1. had gemanaged
  2. had gemanaged
  3. had gemanaged
  4. hadden gemanaged
  5. hadden gemanaged
  6. hadden gemanaged
o.t.t.t.
  1. zal managen
  2. zult managen
  3. zal managen
  4. zullen managen
  5. zullen managen
  6. zullen managen
o.v.t.t.
  1. zou managen
  2. zou managen
  3. zou managen
  4. zouden managen
  5. zouden managen
  6. zouden managen
diversen
  1. manage!
  2. manage!
  3. gemanaged
  4. managend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for managen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
command aanvoeren; aanvoering; aanwijzing; autoriteit; beheersing; bevel; bevelschrift; commando; consigne; dienstorder; dwangbevel; gebod; gezag; heerschappij; instructie; leiding; macht; mate van bekwaamheid; opdracht; oppperbevel; order; taak; voorgaan; voorschrift
lead aanknopingspunt; aanvoeren; aanvoering; aanwijzing; elektrische geleiding; geleiding; leiding; lood; naaiplombe; plombe; potentiële klant; sales lead; spoor; tip; vingerwenk; vingerwijzing; voorgaan; voorsprong; wenk
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
command aanvoeren; besturen; leiden; leiding geven; managen; voorzitten aanvoeren; bevel voeren over; bevelen; commanderen; decreteren; gebieden; gelasten; leiden; leidinggeven; opdragen; verordenen; verordonneren
cope with iets aankunnen; managen
direct aanvoeren; besturen; leiden; leiding geven; managen; voorzitten begeleiden; dirigeren; gebieden; gelasten; leiden; meevoeren; orkest dirigeren; regisseren; verwijzen; verwijzen naar; voeren; voorschrijven
lead aanvoeren; besturen; leiden; leiding geven; managen; voorzitten begeleiden; in goede banen leiden; leiden; loden; meevoeren; van loodglazuur voorzien; voeren
manage iets aankunnen; managen administreren; beheren; besturen; bolwerken; fiksen; flikken; klaarspelen; rondkomen; uitkomen; voor elkaar krijgen; zich kunnen bedruipen
preside aanvoeren; besturen; leiden; leiding geven; managen; voorzitten aanvoeren; bevel voeren over; commanderen; leiden; leidinggeven
ModifierTraducciones relacionadasOther Translations
direct directe; frontaal; klassikaal; openlijk; ronduit

Wiktionary: managen

managen
verb
  1. to direct or be in charge