Inglés

Traducciones detalladas de accentuate de inglés a neerlandés

accentuate:

accentuate verbo

  1. accentuate (emphasize; stress; emphasise)
    benadrukken; beklemtonen; betonen
    • benadrukken verbo (benadruk, benadrukt, benadrukte, benadrukten, benadrukt)
    • beklemtonen verbo
    • betonen verbo (betoon, betoont, betoonde, betoonden, betoond)
  2. accentuate (sharpen)
    aanscherpen; aanspitsen

Translation Matrix for accentuate:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
aanscherpen accentuate; sharpen acumilate; amplify; deepen; fortify; intensify; invigorate; strengthen
aanspitsen accentuate; sharpen
beklemtonen accentuate; emphasise; emphasize; stress
benadrukken accentuate; emphasise; emphasize; stress emphasise; emphasize; tear; underline; urge on
betonen accentuate; emphasise; emphasize; stress declare; express
- accent; emphasise; emphasize; punctuate; stress
OtherTraducciones relacionadasOther Translations
- stress

Palabras relacionadas con "accentuate":

  • accentuating, accentuation

Sinónimos de "accentuate":


Definiciones relacionadas de "accentuate":

  1. put stress on; utter with an accent1
  2. to stress, single out as important1

Wiktionary: accentuate

accentuate
verb
  1. to mark with a written accent
  2. to bring out distinctly
  3. to pronounce with an accent

Cross Translation:
FromToVia
accentuate benadrukken; accentueren akzentuieren — (transitiv): etwas stark betonen, deutlich hervorheben; einen Akzent setzen
accentuate nadruk; leggen; op; benadrukken; met nadruk zeggen; nadruk leggen op; accentueren; beklemtonen; de klemtoon leggen op accentuermarquer d’un accent.
accentuate verergeren; verslechteren; aandikken aggraverrendre plus grave.
accentuate opmerken; opmerkzaam maken; signaleren; goed doen uitkomen; met nadruk zeggen; nadruk leggen op; accentueren; beklemtonen; de klemtoon leggen op soulignertirer une ligne sous un mot, ou sous plusieurs mots.