Eliminar anuncios

Español

Traducciones detalladas de perseguir de español a neerlandés

perseguir:

perseguir verbo

  1. perseguir
    achtervolgen; achternazitten; volgen; nazitten
    • achtervolgen verbo (achtervolg, achtervolgt, achtervolgde, achtervolgden, achtervolgd)
    • achternazitten verbo (zit achterna, zat achterna, zaten achterna, achternagezeten)
    • volgen verbo (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • nazitten verbo (zit na, zat na, zaten na, nagezeten)
  2. perseguir (adelantar; hacer subir; levantar; )
    zich haasten; opschieten; jagen; snellen; zich spoeden; vliegen; spoeden; jachten; reppen; jakkeren; ijlen
    • zich haasten verbo
    • opschieten verbo (schiet op, schoot op, schoten op, opgeschoten)
    • jagen verbo (jaag, jaagt, jaagde, jaagden, gejaagd)
    • snellen verbo (snel, snelt, snelde, snelden, gesneld)
    • zich spoeden verbo
    • vliegen verbo (vlieg, vliegt, vloog, vlogen, gevlogen)
    • spoeden verbo (spoed, spoedt, spoedde, spoedden, gespoed)
    • jachten verbo (jacht, jachtte, jachtten, gejacht)
    • reppen verbo
    • jakkeren verbo (jakker, jakkert, jakkerde, jakkerden, gejakkerd)
    • ijlen verbo (ijl, ijlt, ijlde, ijlden, geijld)
  3. perseguir (condenar; proseguir; enjuiciar; )
    berechten; vervolgen
    • berechten verbo (berecht, berechtte, berechtten, berecht)
    • vervolgen verbo (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
  4. perseguir (aspirar a; cazar; afanarse tras; perseguir judicialmente)
    nastreven; vervolgen; najagen; trachten te verkrijgen
    • nastreven verbo (streef na, streeft na, streefde na, streefden na, nagestreefd)
    • vervolgen verbo (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
    • najagen verbo (jaag na, jaagt na, joeg na, joegen na, nagejaagd)
  5. perseguir (perseguir judicialmente; procesar)
    gerechtelijk vervolgen; vervolgen
  6. perseguir (terminar)
    erdoor jagen
    • erdoor jagen verbo (jaag erdoor, jaagt erdoor, joeg erdoor, joegen erdoor, erdoor gejaagd)
  7. perseguir (padecer de estrés; precipitarse; apresurar; )
    stressen
    • stressen verbo (stres, strest, streste, stresten, gestest)

Conjugaciones de perseguir:

presente
  1. persigo
  2. persigues
  3. persigue
  4. perseguimos
  5. perseguís
  6. persiguen
imperfecto
  1. perseguía
  2. perseguías
  3. perseguía
  4. perseguíamos
  5. perseguíais
  6. perseguían
indefinido
  1. perseguí
  2. perseguiste
  3. perseguió
  4. perseguimos
  5. perseguisteis
  6. perseguieron
fut. de ind.
  1. perseguiré
  2. perseguirás
  3. perseguirá
  4. perseguiremos
  5. perseguiréis
  6. perseguirán
condic.
  1. perseguiría
  2. perseguirías
  3. perseguiría
  4. perseguiríamos
  5. perseguiríais
  6. perseguirían
pres. de subj.
  1. que persiga
  2. que persigas
  3. que persiga
  4. que persigamos
  5. que persigáis
  6. que persigan
imp. de subj.
  1. que perseguiera
  2. que perseguieras
  3. que perseguiera
  4. que perseguiéramos
  5. que perseguierais
  6. que perseguieran
miscelánea
  1. ¡persigue!
  2. ¡perseguid!
  3. ¡no persigas!
  4. ¡no persigáis!
  5. perseguido
  6. persiguiendo
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

perseguir [el ~] sustantivo

  1. el perseguir
    volgen; achtervolgen

Sinónimos de "perseguir":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de perseguir



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios