Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de abdiquer de francés a neerlandés

abdiquer:

abdiquer verbo

  1. abdiquer (se retirer; démissionner; quitter; )
    terugtrekken; aftreden; uittreden
    • terugtrekken verbo (trek terug, trekt terug, trok terug, trokken terug, teruggetrokken)
    • aftreden verbo (treed af, treedt af, trad af, traden af, afgetreden)
    • uittreden verbo (treed uit, treedt uit, trad uit, traden uit, uitgetreden)
  2. abdiquer (mourir; décéder; crever; )
    overlijden; sterven; vallen; doodgaan; bezwijken; omkomen; sneuvelen; heengaan; wegvallen; inslapen
    • overlijden verbo (overlijd, overlijdt, overleed, overleden, overleden)
    • sterven verbo (sterf, sterft, stierf, stierven, getorven)
    • vallen verbo (val, valt, viel, vielen, gevallen)
    • doodgaan verbo (ga dood, gaat dood, ging dood, gingen dood, doodgegaan)
    • bezwijken verbo (bezwijk, bezwijkt, bezweek, bezweken, bezweken)
    • omkomen verbo (kom om, komt om, kwam om, kwamen om, omgekomen)
    • sneuvelen verbo (sneuvel, sneuvelt, sneuvelde, sneuvelden, gesneuveld)
    • heengaan verbo (ga heen, gaat heen, ging heen, gingen heen, heengegaan)
    • wegvallen verbo (val weg, valt weg, viel weg, vielen weg, weggevallen)
    • inslapen verbo (slaap in, slaapt in, sliep in, sliepen in, ingeslapen)
  3. abdiquer (partir; sortir; abandonner; )
    vertrekken; verlaten; heengaan
    • vertrekken verbo (vertrek, vertrekt, vertrok, vertrokken, vertrokken)
    • verlaten verbo (verlaat, verliet, verlieten, verlaten)
    • heengaan verbo (ga heen, gaat heen, ging heen, gingen heen, heengegaan)

Conjugaciones de abdiquer:

Présent
  1. abdique
  2. abdiques
  3. abdique
  4. abdiquons
  5. abdiquez
  6. abdiquent
imparfait
  1. abdiquais
  2. abdiquais
  3. abdiquait
  4. abdiquions
  5. abdiquiez
  6. abdiquaient
passé simple
  1. abdiquai
  2. abdiquas
  3. abdiqua
  4. abdiquâmes
  5. abdiquâtes
  6. abdiquèrent
futur simple
  1. abdiquerai
  2. abdiqueras
  3. abdiquera
  4. abdiquerons
  5. abdiquerez
  6. abdiqueront
subjonctif présent
  1. que j'abdique
  2. que tu abdiques
  3. qu'il abdique
  4. que nous abdiquions
  5. que vous abdiquiez
  6. qu'ils abdiquent
conditionnel présent
  1. abdiquerais
  2. abdiquerais
  3. abdiquerait
  4. abdiquerions
  5. abdiqueriez
  6. abdiqueraient
passé composé
  1. ai abdiqué
  2. as abdiqué
  3. a abdiqué
  4. avons abdiqué
  5. avez abdiqué
  6. ont abdiqué
divers
  1. abdique!
  2. abdiquez!
  3. abdiquons!
  4. abdiqué
  5. abdiquant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "abdiquer":


Traducciones automáticas externas:
Images:


Eliminar anuncios

Eliminar anuncios