Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de atteindre de francés a neerlandés

atteindre:

atteindre verbo

  1. atteindre (pénétrer; s'infiltrer)
    bereiken; penetreren in; doordringen
    • bereiken verbo (bereik, bereikt, bereikte, bereikten, bereikt)
    • doordringen verbo (dring door, dringt door, drong door, drongen door, doorgedrongen)
  2. atteindre (obtenir; gagner; réaliser; parvenir à)
    verkrijgen; behalen; winnen
    • verkrijgen verbo (verkrijg, verkrijgt, verkreeg, verkregen, verkregen)
    • behalen verbo (behaal, behaalt, behaalde, behaalden, behaald)
    • winnen verbo (win, wint, won, wonnen, gewonnen)
  3. atteindre (arriver; venir)
    aankomen
    – na een reis ergens komen 1
    • aankomen verbo (kom aan, komt aan, kwam aan, kwamen aan, aangekomen)
      • de trein komt om drie uur aan1
    arriveren
    • arriveren verbo (arriveer, arriveert, arriveerde, arriveerden, gearriveerd)
  4. atteindre (toucher; battre)
    treffen; beroeren; raken
    • treffen verbo (tref, treft, trof, troffen, getroffen)
    • beroeren verbo (beroer, beroert, beroerde, beroerden, beroerd)
    • raken verbo (raak, raakt, raakte, raakten, geraakt)
  5. atteindre (arriver à; aller jusqu'à)
    reiken; komen tot
  6. atteindre (arriver à; atterrir; se retrouver; )
    treffen; terechtkomen; raken
    • treffen verbo (tref, treft, trof, troffen, getroffen)
    • terechtkomen verbo (kom terecht, komt terecht, kwam terecht, kwamen terecht, terechtgekomen)
    • raken verbo (raak, raakt, raakte, raakten, geraakt)
  7. atteindre (concerner; regarder; toucher; se rapporter à; intéresser)
    betreffen; aangaan; slaan op
    • betreffen verbo (betref, betreft, betrof, betroffen, betroffen)
    • aangaan verbo (ga aan, gaat aan, ging aan, gingen aan, aangegaan)
    • slaan op verbo (sla op, slaat op, sloeg op, sloegen op, geslagen op)
  8. atteindre (résulter; aboutir à; culminer)
    resulteren; uitvloeien in; uitkomen bij
    • resulteren verbo (resulteer, resulteert, resulteerde, resulteerden, geresulteerd)
    • uitvloeien in verbo (vloei uit in, vloeit uit in, vloeide uit in, vloeiden uit in, uitgevloeid in)
    • uitkomen bij verbo
  9. atteindre (émouvoir; toucher; concerner; remuer)
    treffen; ontroeren
    • treffen verbo (tref, treft, trof, troffen, getroffen)
    • ontroeren verbo (ontroer, ontroert, ontroerde, ontroerden, ontroerd)
    raken
    – hem een klap, schot of stoot toebrengen 1
    • raken verbo (raak, raakt, raakte, raakten, geraakt)
      • de kogel raakte hem in de schouder1
  10. atteindre (s'écouler; expirer; se passer; )
    voorbijgaan; verstrijken; verlopen; vervallen; vergaan; aflopen
    • voorbijgaan verbo (ga voorbij, gaat voorbij, ging voorbij, gingen voorbij, voorbij gegaan)
    • verstrijken verbo (verstrijk, verstrijkt, verstreek, verstreken, verstreken)
    • verlopen verbo (verloop, verloopt, verliep, verliepen, verlopen)
    • vervallen verbo (verval, vervalt, verviel, vervielen, vervallen)
    • vergaan verbo (verga, vergaat, verging, vergingen, vergaan)
    • aflopen verbo (loop af, loopt af, liep af, liepen af, afgelopen)

Conjugaciones de atteindre:

Présent
  1. atteins
  2. atteins
  3. atteint
  4. atteignons
  5. atteignez
  6. atteignent
imparfait
  1. atteignais
  2. atteignais
  3. atteignait
  4. atteignions
  5. atteigniez
  6. atteignaient
passé simple
  1. atteignis
  2. atteignis
  3. atteignit
  4. atteignîmes
  5. atteignîtes
  6. atteignirent
futur simple
  1. atteindrai
  2. atteindras
  3. atteindra
  4. atteindrons
  5. atteindrez
  6. atteindront
subjonctif présent
  1. que j'atteigne
  2. que tu atteignes
  3. qu'il atteigne
  4. que nous atteignions
  5. que vous atteigniez
  6. qu'ils atteignent
conditionnel présent
  1. atteindrais
  2. atteindrais
  3. atteindrait
  4. atteindrions
  5. atteindriez
  6. atteindraient
passé composé
  1. ai atteint
  2. as atteint
  3. a atteint
  4. avons atteint
  5. avez atteint
  6. ont atteint
divers
  1. atteins!
  2. atteignez!
  3. atteignons!
  4. atteint
  5. atteignant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "atteindre":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de atteindre



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios