Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de boire de francés a neerlandés

boire:

boire verbo

  1. boire (chopiner; boire avec excès; se soûler; avaler)
    drinken; zuipen; borrelen
    • drinken verbo (drink, drinkt, dronk, dronken, gedronken)
    • zuipen verbo (zuip, zuipt, zoop, zopen, gezopen)
    • borrelen verbo (borrel, borrelt, borrelde, borrelden, geborreld)
  2. boire (prendre l'apéro; prendre un verre; boire un verre; boire un coup; prendre l'apéritif)
    borrelen; een borrel drinken; neut nemen; borrel pakken
    • borrelen verbo (borrel, borrelt, borrelde, borrelden, geborreld)
    • een borrel drinken verbo (drink een borrel, drinkt een borrel, dronk een borrel, dronken een borrel, een borrel gedronken)
    • neut nemen verbo (neem 'n neut, neemt 'n neut, nam 'n neut, namen 'n neut, 'n neut genomen)
    • borrel pakken verbo (pak borrel, pakt borrel, pakte borrel, pakten borrel, borrel gepakt)
  3. boire (vider; se vider; verser; )
    leegmaken; opdrinken; ledigen; uitdrinken; leegdrinken
    • leegmaken verbo (maak leeg, maakt leeg, maakte leeg, maakten leeg, leeggemaakt)
    • opdrinken verbo (drink op, drinkt op, dronk op, dronken op, opgedronken)
    • ledigen verbo (ledig, ledigt, ledigde, ledigden, geledigd)
    • uitdrinken verbo (drink uit, drinkt uit, dronk uit, dronken uit, uitgedronken)
    • leegdrinken verbo (drink leeg, drinkt leeg, dronk leeg, dronken leeg, leeggedronken)
  4. boire (se rafraîchir; se ranimer)
  5. boire (verser; débarrasser; déverser; )
    uitschenken
    • uitschenken verbo (schenk uit, schenkt uit, schonk uit, schonken uit, uitgeschonken)

Conjugaciones de boire:

Présent
  1. bois
  2. bois
  3. boit
  4. buvons
  5. buvez
  6. boivent
imparfait
  1. buvais
  2. buvais
  3. buvait
  4. buvions
  5. buviez
  6. buvaient
passé simple
  1. bus
  2. bus
  3. but
  4. bûmes
  5. bûtes
  6. burent
futur simple
  1. boirai
  2. boiras
  3. boira
  4. boirons
  5. boirez
  6. boiront
subjonctif présent
  1. que je boive
  2. que tu boives
  3. qu'il boive
  4. que nous buvions
  5. que vous buviez
  6. qu'ils boivent
conditionnel présent
  1. boirais
  2. boirais
  3. boirait
  4. boirions
  5. boiriez
  6. boiraient
passé composé
  1. ai bu
  2. as bu
  3. a bu
  4. avons bu
  5. avez bu
  6. ont bu
divers
  1. bois!
  2. buvez!
  3. buvons!
  4. bu
  5. buvant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "boire":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de boire



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios