Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de déclarer de francés a neerlandés

déclarer:

déclarer verbo

  1. déclarer (prétendre; argumenter; témoigner; )
    beweren; verklaren; pretenderen; stellen; voorgeven
    • beweren verbo (beweer, beweert, beweerde, beweerden, beweerd)
    • verklaren verbo (verklaar, verklaart, verklaarde, verklaarden, verklaard)
    • pretenderen verbo (pretendeer, pretendeert, pretendeerde, pretendeerden, gepretendeerd)
    • stellen verbo (stel, stelt, stelde, stelden, gesteld)
    • voorgeven verbo (geef voor, geeft voor, gaf voor, gaven voor, voorgegeven)
  2. déclarer (donner; faire inscrire)
    declareren; aangeven
    • declareren verbo (declareer, declareert, declareerde, declareerden, gedeclareerd)
    • aangeven verbo (geef aan, geeft aan, gaf aan, gaven aan, aangegeven)
  3. déclarer (rapporter; communiquer; faire savoir; )
    melden; berichten; meedelen; rapporteren; informeren; verslag uitbrengen
    • melden verbo (meld, meldt, meldde, meldden, gemeld)
    • berichten verbo (bericht, berichtte, berichtten, bericht)
    • meedelen verbo (deel mee, deelt mee, deelde mee, deelden mee, meegedeeld)
    • rapporteren verbo (rapporteer, rapporteert, rapporteerde, rapporteerden, gerapporteerd)
    • informeren verbo (informeer, informeert, informeerde, informeerden, geïnformeerd)
    • verslag uitbrengen verbo (breng verslag uit, brengt verslag uit, bracht verslag uit, brachten verslag uit, verslag uitgebracht)
  4. déclarer (attester; témoigner)
    betuigen; betonen
    • betuigen verbo (betuig, betuigt, betuigde, betuigden, betuigd)
    • betonen verbo (betoon, betoont, betoonde, betoonden, betoond)
  5. déclarer (témoigner; attester; certifier; porter témoignage)
    getuigen
    • getuigen verbo (getuig, getuigt, getuigde, getuigden, getuigd)
  6. déclarer (dédouaner)
    inklaren; klaren
    • inklaren verbo (klaar in, klaart in, klaarde in, klaarden in, ingeklaard)
    • klaren verbo (klaar, klaart, klaarde, klaarden, geklaard)
  7. déclarer (noter; inscrire)
    noteren; opschrijven
    • noteren verbo (noteer, noteert, noteerde, noteerden, genoteerd)
    • opschrijven verbo (schrijf op, schrijft op, schreef op, schreven op, opgeschreven)
  8. déclarer (se présenter; se faire inscrire; faire inscrire; )

Conjugaciones de déclarer:

Présent
  1. déclare
  2. déclares
  3. déclare
  4. déclarons
  5. déclarez
  6. déclarent
imparfait
  1. déclarais
  2. déclarais
  3. déclarait
  4. déclarions
  5. déclariez
  6. déclaraient
passé simple
  1. déclarai
  2. déclaras
  3. déclara
  4. déclarâmes
  5. déclarâtes
  6. déclarèrent
futur simple
  1. déclarerai
  2. déclareras
  3. déclarera
  4. déclarerons
  5. déclarerez
  6. déclareront
subjonctif présent
  1. que je déclare
  2. que tu déclares
  3. qu'il déclare
  4. que nous déclarions
  5. que vous déclariez
  6. qu'ils déclarent
conditionnel présent
  1. déclarerais
  2. déclarerais
  3. déclarerait
  4. déclarerions
  5. déclareriez
  6. déclareraient
passé composé
  1. ai déclaré
  2. as déclaré
  3. a déclaré
  4. avons déclaré
  5. avez déclaré
  6. ont déclaré
divers
  1. déclare!
  2. déclarez!
  3. déclarons!
  4. déclaré
  5. déclarant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "déclarer":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de déclarer



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios