Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de définir de francés a neerlandés

définir:

définir verbo

  1. définir (déterminer; décrire)
    definiëren; bepalen; omschrijven
    • definiëren verbo (definieer, definieert, definieerde, definieerden, gedefinieerd)
    • bepalen verbo (bepaal, bepaalt, bepaalde, bepaalden, bepaalt)
    • omschrijven verbo (omschrijf, omschrijft, omschreef, omschreven, omschreven)
  2. définir (raconter; dire; écrire; )
    zeggen; vertellen; uiteenzetten; verhalen; mededelen
    • zeggen verbo (zeg, zeg/zegt, zegt, zei, zeiden, gezegd)
    • vertellen verbo (vertel, vertelt, vertelde, vertelden, verteld)
    • uiteenzetten verbo (zet uiteen, zette uiteen, zetten uiteen, uiteengezet)
    • verhalen verbo (verhaal, verhaalt, verhaalde, verhaalden, verhaald)
    • mededelen verbo (deel mede, deelt mede, deelde mede, deelden mede, medegedeeld)
    beschrijven
    – precies vertellen hoe het eruitziet of hoe het ging 1
    • beschrijven verbo (beschrijf, beschrijft, beschreef, beschrijfden, beschreven)
      • de nieuwslezer beschreef de gebeurtenissen1
  3. définir (jalonner; tracer)
    uitstippelen; uitzetten
    • uitstippelen verbo (stippel uit, stippelt uit, stippelde uit, stippelden uit, uitgestippeld)
    • uitzetten verbo (zet uit, zette uit, zetten uit, uitgezet)
  4. définir (déterminer; établir; constater; )
    vaststellen; determineren; bepalen
    • vaststellen verbo (stel vast, stelt vast, stelde vast, stelden vast, vastgesteld)
    • determineren verbo (determineer, determineert, determineerde, determineerden, gedetermineerd)
    • bepalen verbo (bepaal, bepaalt, bepaalde, bepaalden, bepaalt)
  5. définir (préciser; désigner; déterminer; )
    preciseren; nader omschrijven
  6. définir (caractériser; déterminer; typer; )
    karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; typeren
    • karakteriseren verbo (karakteriseer, karakteriseert, karakteriseerde, karakteriseerden, gekarakteriseerd)
    • kenmerken verbo (kenmerk, kenmerkt, kenmerkte, kenmerkten, gekenmerkt)
    • kenschetsen verbo (kenschets, kenschetst, kenschetste, kenschetsten, gekenschetst)
    • typeren verbo (typeer, typeert, typeerde, typeerden, getypeerd)

Conjugaciones de définir:

Présent
  1. définis
  2. définis
  3. définit
  4. définissons
  5. définissez
  6. définissent
imparfait
  1. définissais
  2. définissais
  3. définissait
  4. définissions
  5. définissiez
  6. définissaient
passé simple
  1. définis
  2. définis
  3. définit
  4. définîmes
  5. définîtes
  6. définirent
futur simple
  1. définirai
  2. définiras
  3. définira
  4. définirons
  5. définirez
  6. définiront
subjonctif présent
  1. que je définisse
  2. que tu définisses
  3. qu'il définisse
  4. que nous définissions
  5. que vous définissiez
  6. qu'ils définissent
conditionnel présent
  1. définirais
  2. définirais
  3. définirait
  4. définirions
  5. définiriez
  6. définiraient
passé composé
  1. ai défini
  2. as défini
  3. a défini
  4. avons défini
  5. avez défini
  6. ont défini
divers
  1. définis!
  2. définissez!
  3. définissons!
  4. défini
  5. définissant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "définir":


Traducciones automáticas externas:
Images:


Eliminar anuncios

Eliminar anuncios