Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de limiter de francés a neerlandés

limiter:

limiter verbo

  1. limiter (restreindre; borner; entourer; )
    beperken; beknotten
    • beperken verbo (beperk, beperkt, beperkte, beperkten, beperkt)
    • beknotten verbo (beknot, beknotte, beknotten, beknot)
  2. limiter (englober; comprendre; endiguer; )
    beperken; inkapselen; limiteren; inperken; indammen
    • beperken verbo (beperk, beperkt, beperkte, beperkten, beperkt)
    • inkapselen verbo (kapsel in, kapselt in, kapselde in, kapselden in, ingekapseld)
    • limiteren verbo (limiteer, limiteert, limiteerde, limiteerden, gelimiteerd)
    • inperken verbo (perk in, perkt in, perkte in, perkten in, ingeperkt)
    • indammen verbo (dam in, damt in, damde in, damden in, ingedamd)
  3. limiter (restreindre; borner; délimiter)
    inperken; beknotten
    • inperken verbo (perk in, perkt in, perkte in, perkten in, ingeperkt)
    • beknotten verbo (beknot, beknotte, beknotten, beknot)
  4. limiter (délimiter; contenir; restreindre; borner; mettre des limites à)
    begrenzen; afgrenzen; van grenzen voorzien
  5. limiter (cesser; finir; arrêter; )
    beëindigen; afsluiten; eindigen; ophouden; stoppen; een einde maken aan
    • beëindigen verbo (beëindig, beëindigt, beëindigde, beëindigden, beëindigd)
    • afsluiten verbo (sluit af, sloot af, sloten af, afgesloten)
    • eindigen verbo (eindig, eindigt, eindigde, eindigden, geëindigd)
    • ophouden verbo (houd op, houdt op, hield op, hielden op, opgehouden)
    • stoppen verbo (stop, stopt, stopte, stopten, gestopt)
    • een einde maken aan verbo (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)

Conjugaciones de limiter:

Présent
  1. limite
  2. limites
  3. limite
  4. limitons
  5. limitez
  6. limitent
imparfait
  1. limitais
  2. limitais
  3. limitait
  4. limitions
  5. limitiez
  6. limitaient
passé simple
  1. limitai
  2. limitas
  3. limita
  4. limitâmes
  5. limitâtes
  6. limitèrent
futur simple
  1. limiterai
  2. limiteras
  3. limitera
  4. limiterons
  5. limiterez
  6. limiteront
subjonctif présent
  1. que je limite
  2. que tu limites
  3. qu'il limite
  4. que nous limitions
  5. que vous limitiez
  6. qu'ils limitent
conditionnel présent
  1. limiterais
  2. limiterais
  3. limiterait
  4. limiterions
  5. limiteriez
  6. limiteraient
passé composé
  1. ai limité
  2. as limité
  3. a limité
  4. avons limité
  5. avez limité
  6. ont limité
divers
  1. limite!
  2. limitez!
  3. limitons!
  4. limité
  5. limitant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "limiter":


Traducciones automáticas externas:
Images:


Eliminar anuncios

Eliminar anuncios