Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de parfaire de francés a neerlandés

parfaire:

parfaire verbo

  1. parfaire (compléter; finir; perfectionner; )
    completeren; voltooien; vervolledigen; afmaken; perfectioneren; volledig maken; vervolmaken
    • completeren verbo (completeer, completeert, completeerde, completeerden, gecompleteerd)
    • voltooien verbo (voltooi, voltooit, voltooide, voltooiden, voltooid)
    • vervolledigen verbo (vervolledig, vervolledigt, vervolledigde, vervolledigden, vervolledigd)
    • afmaken verbo (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)
    • perfectioneren verbo (perfectioneer, perfectioneert, perfectioneerde, perfectioneerden, geperfectioneerd)
    • volledig maken verbo (maak volledig, maakt volledig, maakte volledig, maakten volledig, volledig gemaakt)
    • vervolmaken verbo (vervolmaak, vervolmaakt, vervolmaakte, vervolmaakten, vervolmaakt)
  2. parfaire (achever; compléter; finir; )
    completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen
    • completeren verbo (completeer, completeert, completeerde, completeerden, gecompleteerd)
    • voltooien verbo (voltooi, voltooit, voltooide, voltooiden, voltooid)
    • afronden verbo (rond af, rondt af, rondde af, rondden af, afgerond)
    • afmaken verbo (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)
    • beëindigen verbo (beëindig, beëindigt, beëindigde, beëindigden, beëindigd)
    • afwerken verbo (werk af, werkt af, werkte af, werkten af, afgewerkt)
    • klaarmaken verbo (maak klaar, maakt klaar, maakte klaar, maakten klaar, klaargemaakt)
    • volbrengen verbo (volbreng, volbrengt, volbracht, volbrachten, volbracht)
    • volmaken verbo (volmaak, volmaakt, volmaakte, volmaakten, volmaakt)
    • een einde maken aan verbo (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)
    • afkrijgen verbo (krijg af, krijgt af, kreeg af, kregen af, afgekregen)
    • klaarkrijgen verbo (krijg klaar, krijgt klaar, kreeg klaar, kregen klaar, klaargekregen)
  3. parfaire (perfectionner; améliorer)
    perfectioneren; bijschaven
    • perfectioneren verbo (perfectioneer, perfectioneert, perfectioneerde, perfectioneerden, geperfectioneerd)
    • bijschaven verbo (schaaf bij, schaaft bij, schaafde bij, schaafden bij, bijgeschaven)

Conjugaciones de parfaire:

Présent
  1. parfais
  2. parfais
  3. parfait
  4. parfaisons
  5. parfaites
  6. parfont
imparfait
  1. parfaisais
  2. parfaisais
  3. parfaisait
  4. parfaisions
  5. parfaisiez
  6. parfaisaient
passé simple
  1. parfis
  2. parfis
  3. parfit
  4. parfîmes
  5. parfîtes
  6. parfirent
futur simple
  1. parferai
  2. parferas
  3. parfera
  4. parferons
  5. parferez
  6. parferont
subjonctif présent
  1. que je parfasse
  2. que tu parfasses
  3. qu'il parfasse
  4. que nous parfassions
  5. que vous parfassiez
  6. qu'ils parfassent
conditionnel présent
  1. parferais
  2. parferais
  3. parferait
  4. parferions
  5. parferiez
  6. parferaient
passé composé
  1. ai parfait
  2. as parfait
  3. a parfait
  4. avons parfait
  5. avez parfait
  6. ont parfait
divers
  1. parfais!
  2. parfaiez!
  3. parfaions!
  4. parfait
  5. parfaisant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "parfaire":


Traducciones automáticas externas:
Images:


Eliminar anuncios

Eliminar anuncios