Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de s'acquitter de de francés a neerlandés

s'acquitter de:

s'acquitter de verbo

  1. s'acquitter de (payer; régler; payer la note; solder; égaliser)
    betalen; voldoen
    • betalen verbo (betaal, betaalt, betaalde, betaalden, betaald)
    • voldoen verbo (voldoe, voldoet, voldeed, voldeden, voldaan)
  2. s'acquitter de (faire; accomplir; exécuter; réaliser)
    doen; uitvoeren; verrichten; handelen; uitrichten
    • doen verbo (doe, doet, deed, deden, gedaan)
    • uitvoeren verbo (voer uit, voert uit, voerde uit, voerden uit, uitgevoerd)
    • verrichten verbo (verricht, verrichtte, verrichtten, verricht)
    • handelen verbo (handel, handelt, handelde, handelden, gehandeld)
    • uitrichten verbo (richt uit, richtte uit, richtten uit, uitgericht)
  3. s'acquitter de (accomplir son devoir)
    kwijten
    • kwijten verbo (kwijt, kweet, kweten, gekweten)
  4. s'acquitter de (acquitter; achever; solder; )
    voldoen; vereffenen; betalen
    • voldoen verbo (voldoe, voldoet, voldeed, voldeden, voldaan)
    • vereffenen verbo (vereffen, vereffent, vereffende, vereffenden, vereffend)
    • betalen verbo (betaal, betaalt, betaalde, betaalden, betaald)
  5. s'acquitter de (achever; compléter; finir; )
    completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen
    • completeren verbo (completeer, completeert, completeerde, completeerden, gecompleteerd)
    • voltooien verbo (voltooi, voltooit, voltooide, voltooiden, voltooid)
    • afronden verbo (rond af, rondt af, rondde af, rondden af, afgerond)
    • afmaken verbo (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)
    • beëindigen verbo (beëindig, beëindigt, beëindigde, beëindigden, beëindigd)
    • afwerken verbo (werk af, werkt af, werkte af, werkten af, afgewerkt)
    • klaarmaken verbo (maak klaar, maakt klaar, maakte klaar, maakten klaar, klaargemaakt)
    • volbrengen verbo (volbreng, volbrengt, volbracht, volbrachten, volbracht)
    • volmaken verbo (volmaak, volmaakt, volmaakte, volmaakten, volmaakt)
    • een einde maken aan verbo (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)
    • afkrijgen verbo (krijg af, krijgt af, kreeg af, kregen af, afgekregen)
    • klaarkrijgen verbo (krijg klaar, krijgt klaar, kreeg klaar, kregen klaar, klaargekregen)
  6. s'acquitter de
  7. s'acquitter de (dédommager; régler; acquitter; )
  8. s'acquitter de (régler; acquitter; solder; payer)
    aanzuiveren; nabetalen
    • aanzuiveren verbo (zuiver aan, zuivert aan, zuiverde aan, zuiverden aan, aangezuiverd)
    • nabetalen verbo (betaal na, betaalt na, betaalde na, betaalden na, nabetaald)

Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de s'acquitter de



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios