Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de se passer de francés a neerlandés

se passer:

se passer verbo

  1. se passer (arriver; avoir lieu; se faire; )
    gebeuren; plaats vinden; geschieden; plaats hebben
  2. se passer (se produire; survenir; arriver)
    gebeuren; voorvallen; voordoen; plaatsvinden; plaats hebben; passeren
    • gebeuren verbo
    • voorvallen verbo (val voor, valt voor, viel voor, vielen voor, voorgevallen)
    • voordoen verbo (doe voor, doet voor, deed voor, deden voor, voorgedaan)
    • plaatsvinden verbo (vind plaats, vindt plaats, vond plaats, vonden plaats, plaatsgevonden)
    • plaats hebben verbo (heb plaats, hebt plaats, had plaats, hadden plaats, plaats gehad)
    • passeren verbo (passeer, passeert, passeerde, passeerden, gepasseerd)
  3. se passer (advenir; se présenter)
    gebeuren; voorkomen; zich voordoen; plaats hebben
  4. se passer (s'écouler; expirer; passer; )
    voorbijgaan; verstrijken; verlopen; vervallen; vergaan; aflopen
    • voorbijgaan verbo (ga voorbij, gaat voorbij, ging voorbij, gingen voorbij, voorbij gegaan)
    • verstrijken verbo (verstrijk, verstrijkt, verstreek, verstreken, verstreken)
    • verlopen verbo (verloop, verloopt, verliep, verliepen, verlopen)
    • vervallen verbo (verval, vervalt, verviel, vervielen, vervallen)
    • vergaan verbo (verga, vergaat, verging, vergingen, vergaan)
    • aflopen verbo (loop af, loopt af, liep af, liepen af, afgelopen)
  5. se passer (se produire)
    toegaan
    • toegaan verbo (ga toe, gaat toe, ging toe, gingen toe, toegegaan)
  6. se passer (avoir lieu; se faire)
    plaatshebben
    • plaatshebben verbo (heb plaats, hebt plaats, had plaats, hadden plaats, plaats gehad)

se passer [le ~] sustantivo

  1. le se passer (avoir lieu; se dérouler; arriver)
    plaatsvinden

Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de se passer



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios