Resumen
Francés a neerlandés: más información...
-
supprimer:
- afschaffen; annuleren; afzeggen; nietig verklaren; afbestellen; intrekken; afgelasten; opheffen; teniet doen; verijdelen; nullificeren; vernietigen; ondervangen; opdoeken; completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen; afschrijven; doden; vermoorden; liquideren; van kant maken; doodmaken; doodslaan; ombrengen; afbreken; slopen; omverhalen; uit elkaar halen; breken; neerhalen; uitroeien; opbreken; zuur opbreken; verwijderen
Francés
Traducciones detalladas de supprimer de francés a neerlandés
supprimer:
-
supprimer (abolir; abroger)
-
supprimer (annuler; suspendre; révoquer; retirer; résilier; décommander; abandonner)
annuleren; afzeggen; nietig verklaren; afbestellen; intrekken; afgelasten-
nietig verklaren verbo (verklaar nietig, verklaart nietig, verklaarde nietig, verklaarden nietig, nietig verklaard)
-
supprimer (annihiler; annuler; liquider; dénouer; décrocher; lever; fermer; déboutonner)
opheffen; teniet doen; verijdelen; nullificeren; vernietigen; ondervangen-
teniet doen verbo
-
nullificeren verbo
-
supprimer (abolir; détruire; liquider)
-
supprimer (achever; compléter; finir; accomplir; mettre au point; effectuer; terminer; conclure; mettre fin à; réussir à achever; compléter quelque chose; faire; se terminer; exécuter; parfaire; parachever; prendre fin; en finir; s'achever; s'acquitter de)
completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen-
een einde maken aan verbo (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)
-
supprimer (débiter)
-
supprimer (tuer; assassiner; liquider; abattre; égorger; descendre)
doden; vermoorden; liquideren; van kant maken; doodmaken; afmaken; doodslaan; ombrengen-
van kant maken verbo (maak van kant, maakt van kant, maakte van kant, maakten van kant, van kant gemaakt)
-
supprimer (démolir; détruire; démonter; abattre; dévaster; rompre; se désagréger; abaisser; se rompre; anéantir; décomposer; se décomposer; couper; casser; séparer; raser; défaire; abîmer; rabaisser; arracher; briser; déchirer; dissoudre; fracasser; s'écrouler; dissocier; liquider; ravager; bousiller; s'arracher; tomber en ruine; se délabrer)
afbreken; slopen; omverhalen; uit elkaar halen; breken; neerhalen-
uit elkaar halen verbo (haal uit elkaar, haalt uit elkaar, haalde uit elkaar, haalden uit elkaar, uit elkaar gehaald)
-
supprimer (liquider)
-
supprimer (avoir de l'acide gastrique; subdiviser; se désagréger)
-
supprimer
Conjugaciones de supprimer:
Présent
- supprime
- supprimes
- supprime
- supprimons
- supprimez
- suppriment
imparfait
- supprimais
- supprimais
- supprimait
- supprimions
- supprimiez
- supprimaient
passé simple
- supprimai
- supprimas
- supprima
- supprimâmes
- supprimâtes
- supprimèrent
futur simple
- supprimerai
- supprimeras
- supprimera
- supprimerons
- supprimerez
- supprimeront
subjonctif présent
- que je supprime
- que tu supprimes
- qu'il supprime
- que nous supprimions
- que vous supprimiez
- qu'ils suppriment
conditionnel présent
- supprimerais
- supprimerais
- supprimerait
- supprimerions
- supprimeriez
- supprimeraient
passé composé
- ai supprimé
- as supprimé
- a supprimé
- avons supprimé
- avez supprimé
- ont supprimé
divers
- supprime!
- supprimez!
- supprimons!
- supprimé
- supprimant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles
Sinónimos de "supprimer":
Traducciones automáticas externas:
Images: