Resumen
Neerlandés a alemán:   más información...
  1. verbeurdverklaren:
  2. Wiktionary:


Neerlandés

Traducciones detalladas de verbeurdverklaren de neerlandés a alemán

verbeurdverklaren:

verbeurdverklaren verbo (verklaar verbeurd, verklaart verbeurd, verklaarde verbeurd, verklaarden verbeurd, verbeurd verklaard)

  1. verbeurdverklaren
    beschlagnahmen; einziehen; konfiszieren
    • einziehen verbo (ziehe ein, ziehst ein, zieht ein, zog ein, zogt ein, eingezogen)
    • konfiszieren verbo (konfisziere, konfiszierst, konfisziert, konfiszierte, konfisziertet, konfisziert)

Conjugaciones de verbeurdverklaren:

o.t.t.
  1. verklaar verbeurd
  2. verklaart verbeurd
  3. verklaart verbeurd
  4. verklaren verbeurd
  5. verklaren verbeurd
  6. verklaren verbeurd
o.v.t.
  1. verklaarde verbeurd
  2. verklaarde verbeurd
  3. verklaarde verbeurd
  4. verklaarden verbeurd
  5. verklaarden verbeurd
  6. verklaarden verbeurd
v.t.t.
  1. heb verbeurd verklaard
  2. hebt verbeurd verklaard
  3. heeft verbeurd verklaard
  4. hebben verbeurd verklaard
  5. hebben verbeurd verklaard
  6. hebben verbeurd verklaard
v.v.t.
  1. had verbeurd verklaard
  2. had verbeurd verklaard
  3. had verbeurd verklaard
  4. hadden verbeurd verklaard
  5. hadden verbeurd verklaard
  6. hadden verbeurd verklaard
o.t.t.t.
  1. zal verbeurdverklaren
  2. zult verbeurdverklaren
  3. zal verbeurdverklaren
  4. zullen verbeurdverklaren
  5. zullen verbeurdverklaren
  6. zullen verbeurdverklaren
o.v.t.t.
  1. zou verbeurdverklaren
  2. zou verbeurdverklaren
  3. zou verbeurdverklaren
  4. zouden verbeurdverklaren
  5. zouden verbeurdverklaren
  6. zouden verbeurdverklaren
diversen
  1. verklaar verbeurd!
  2. verklaart verbeurd!
  3. verbeurd verklaard
  4. verbeurd verklarend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verbeurdverklaren:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
beschlagnahmen verbeurdverklaren confisqueren; in beslag nemen
einziehen verbeurdverklaren afzuigen; binnenmarcheren; binnentrekken; binnenvallen; een snuif nemen; eisen; iets verduren; incasseren; inmanen; insnuiven; inspringen; invorderen; inwinnen; onverwachts langskomen; opsnuiven; opvangen; opzuigen; snuiven; trachten te krijgen; vorderen; wegzuigen
konfiszieren verbeurdverklaren confisqueren; in beslag nemen; nationaliseren; onteigenen

Wiktionary: verbeurdverklaren

verbeurdverklaren
verb
  1. van staatswege in beslag nemen