Resumen


Neerlandés

Traducciones detalladas de kots de neerlandés a inglés

kots:

kots [de ~ (m)] sustantivo

  1. de kots (braaksel)
    the puke; the barf; the vomit
    • puke [the ~] sustantivo
    • barf [the ~] sustantivo
    • vomit [the ~] sustantivo

Translation Matrix for kots:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
barf braaksel; kots
puke braaksel; kots
vomit braaksel; kots
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
puke braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren
vomit braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren

Palabras relacionadas con "kots":


Wiktionary: kots

kots
noun
  1. regurgitated former contents of a stomach
  2. vomit
verb
  1. vomit

Cross Translation:
FromToVia
kots vomit vomissure — soutenu|fr matière vomir.

kot:

kot [het ~] sustantivo

  1. het kot (armoedige woning; hut)
    the cot; the groyne
    • cot [the ~] sustantivo
    • groyne [the ~] sustantivo
  2. het kot (krot; hutje)
    the slum
    • slum [the ~] sustantivo

Translation Matrix for kot:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
cot armoedige woning; hut; kot kribbe; slaapplaats voor baby's; wieg
groyne armoedige woning; hut; kot
slum hutje; kot; krot achterbuurt; armenwijk; gribus; krot; krottenbuurt; krottenwijk; krotwoning; sloppenwijk

Palabras relacionadas con "kot":

  • kotten, koten, kots, kotje

kotsen:

kotsen verbo (kots, kotst, kotste, kotsten, gekotst)

  1. kotsen (vomeren; overgeven; spugen; uitbraken; braken)
    to throw up; to puke; to regurgigate; to vomit; to spew; to spew out
    • throw up verbo (throws up, threw up, throwing up)
    • puke verbo (pukes, puked, puking)
    • regurgigate verbo (regurgigates, regurgigated, regurgigating)
    • vomit verbo (vomits, vomited, vomiting)
    • spew verbo (spews, spewed, spewing)
    • spew out verbo (spews out, spewed out, spewing out)
  2. kotsen (overgeven; spugen; spuwen; braken; uitbraken)
    to throw up; to puke; to vomit; to spew; upchuck; to be sick; to bring up
    • throw up verbo (throws up, threw up, throwing up)
    • puke verbo (pukes, puked, puking)
    • vomit verbo (vomits, vomited, vomiting)
    • spew verbo (spews, spewed, spewing)
    • upchuck verbo
    • be sick verbo (is sick, being sick)
    • bring up verbo (brings up, brought up, bringing up)

Conjugaciones de kotsen:

o.t.t.
  1. kots
  2. kotst
  3. kotst
  4. kotsen
  5. kotsen
  6. kotsen
o.v.t.
  1. kotste
  2. kotste
  3. kotste
  4. kotsten
  5. kotsten
  6. kotsten
v.t.t.
  1. heb gekotst
  2. hebt gekotst
  3. heeft gekotst
  4. hebben gekotst
  5. hebben gekotst
  6. hebben gekotst
v.v.t.
  1. had gekotst
  2. had gekotst
  3. had gekotst
  4. hadden gekotst
  5. hadden gekotst
  6. hadden gekotst
o.t.t.t.
  1. zal kotsen
  2. zult kotsen
  3. zal kotsen
  4. zullen kotsen
  5. zullen kotsen
  6. zullen kotsen
o.v.t.t.
  1. zou kotsen
  2. zou kotsen
  3. zou kotsen
  4. zouden kotsen
  5. zouden kotsen
  6. zouden kotsen
diversen
  1. kots!
  2. kotst!
  3. gekotst
  4. kotsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

kotsen [znw.] sustantivo

  1. kotsen (braken; overgeven; spugen; spuwen)
    the barfing; the vomiting; the puking

Translation Matrix for kotsen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
barfing braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen
puke braaksel; kots
puking braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen
vomit braaksel; kots
vomiting braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
be sick braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken ziek liggen
bring up braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken aankaarten; aanknopen; aansnijden; aanvoeren; entameren; gesprek aanknopen; grootbrengen; omhooghalen; op tafel leggen; openen; ophalen; opperen; opvoeden; opwerpen; starten; te berde brengen; ter sprake brengen; voorleiden; vormen
puke braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren
regurgigate braken; kotsen; overgeven; spugen; uitbraken; vomeren
spew braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren spugen; spuwen
spew out braken; kotsen; overgeven; spugen; uitbraken; vomeren spugen; spuwen
throw up braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren aankaarten; aansnijden; aanvoeren; entameren; omhoogwerpen; op tafel leggen; opperen; opwerpen; te berde brengen; ter sprake brengen
upchuck braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken
vomit braken; kotsen; overgeven; spugen; spuwen; uitbraken; vomeren

Palabras relacionadas con "kotsen":


Wiktionary: kotsen

kotsen
verb
  1. vomit
  2. to regurgitate the contents of a stomach
noun
  1. vomit

Cross Translation:
FromToVia
kotsen puke; upchuck gerber — populaire|fr vomir.
kotsen refuse; decline; withhold; spurn; disallow; relay; resend; repulse; repress; refute; rebut; dismiss; shun; disavow; throw away; discard; dispose; dump rejeter — Traductions à trier suivant le sens
kotsen render; cause; get; make; return rendreremettre une chose entre les mains de celui à qui elle appartenir, de quelque manière qu’on l’avoir.
kotsen vomit; puke; throw up; spit up; spit; loathe vomirrejeter convulsivement par la bouche des matières contenir dans l’estomac.