Eliminar anuncios

Neerlandés

Traducciones detalladas de land de neerlandés a inglés

land:

land [het ~] sustantivo

  1. het land (landmassa)
    the land
    – the solid part of the earth's surface 1
    • land [the ~] sustantivo
      • the plane turned away from the sea and moved back over land1
  2. het land (natie; staat; rijk)
    the country; the state; the nation; the empire; the kingdom
  3. het land (landschap)
    the landscape; the scenery
  4. het land (platteland)
    the country; the country side; the field; the estate

Palabras relacionadas con "land":


Sinónimos de "land":


Definiciones relacionadas de "land":

  1. wat geen stad is2
    • wij wonen op het (platte)land2
  2. wat niet door water bedekt is2
    • we stappen uit de boot, we gaan aan land2
  3. gebied binnen bepaalde grenzen met eigen regering2
    • in dit land wonen 14 miljoen mensen2

landen:

landen [de ~] sustantivo, plural

  1. de landen
    the countries

landen verbo (land, landt, landde, landden, geland)

  1. landen (aankomen op vliegveld)
    land at airport; to touch down
  2. landen (terechtkomen; neerkomen; op de grond komen)
    to land; to come down; to end up somewhere
    • land verbo (lands, landed, landing)
    • come down verbo (comes down, came down, coming down)
    • end up somewhere verbo (ends up somewhere, ended up somewhere, ending up somewhere)
  3. landen (neerdalen; afdalen; neerkomen; )
    to descend; to land; to go down; to come down
    • descend verbo (descends, descended, descending)
    • land verbo (lands, landed, landing)
    • go down verbo (goes down, went down, going down)
    • come down verbo (comes down, came down, coming down)

Conjugaciones de landen:

o.t.t.
  1. land
  2. landt
  3. landt
  4. landen
  5. landen
  6. landen
o.v.t.
  1. landde
  2. landde
  3. landde
  4. landden
  5. landden
  6. landden
v.t.t.
  1. ben geland
  2. bent geland
  3. is geland
  4. zijn geland
  5. zijn geland
  6. zijn geland
v.v.t.
  1. was geland
  2. was geland
  3. was geland
  4. waren geland
  5. waren geland
  6. waren geland
o.t.t.t.
  1. zal landen
  2. zult landen
  3. zal landen
  4. zullen landen
  5. zullen landen
  6. zullen landen
o.v.t.t.
  1. zou landen
  2. zou landen
  3. zou landen
  4. zouden landen
  5. zouden landen
  6. zouden landen
diversen
  1. land!
  2. landt!
  3. geland
  4. landend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Palabras relacionadas con "landen":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de land



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios