Resumen
Neerlandés a inglés:   más información...
  1. return:


Neerlandés

Traducciones detalladas de return de neerlandés a inglés

return:

return [de ~ (m)] sustantivo

  1. de return (terugwedstrijd)
    the return; the return match

Translation Matrix for return:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
return return; terugwedstrijd baat; contraprestatie; gewin; oogst; opbrengst; product; profijt; rendement; rentabiliteit; retour; tegendienst; tegenprestatie; teruggave; terugkeer; terugkomst; terugreis; thuiskomst; uitkomst; voortbrengsel; wederdienst; weergave; winst
return match return; terugwedstrijd returnwedstrijd; revanchewedstrijd
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
return dateren; keren; omkeren; retourneren; terugbezorgen; terugbrengen; teruggaan; teruggeven; teruggooien; teruggrijpen; terugkeren; terugkomen; terugsturen; terugwerpen; terugzenden; wederkeren; weerkeren
ModifierTraducciones relacionadasOther Translations
return achteruit; achterwaarts; naar achter; naar achteren; rugwaarts; terug

Palabras relacionadas con "return":

  • returns