Eliminar anuncios

Neerlandés

Traducciones detalladas de staat de neerlandés a inglés

staat:

staat [de ~ (m)] sustantivo

  1. de staat (natie; land; rijk)
    the country; the state; the nation; the empire; the kingdom
  2. de staat (gesteldheid; toestand; positie)
    the state; the condition; the position; the situation
  3. de staat (toestand; conditie)
    the state; the situation
  4. de staat (lijst van gegevens; overzicht; lijst; )
    the report; the list; the record
  5. de staat (opsomming; opnoeming; lijst)
    the summary; the list; the statement
  6. de staat
    the State
    • State [the ~] sustantivo

Palabras relacionadas con "staat":


Sinónimos de "staat":


Definiciones relacionadas de "staat":

  1. gebied binnen bepaalde grenzen met eigen regering1
    • dit is een bedrijf van de staat1
  2. overzicht, lijst1
    • op dit staatje kun je zien wat je verdient1
  3. hoe iets of iemand is1
    • het gebouw is in zijn oude staat hersteld1

staat forma de staan:

staan verbo (sta, staat, stond, stonden, gestaan)

  1. staan
    to become; to suit; to flatter
    • become verbo (becomes, became, becoming)
    • suit verbo (suits, suited, suiting)
    • flatter verbo (flatters, flattered, flattering)
  2. staan
    to stand; to stand up
    – be standing; be upright 2
    • stand verbo (stands, stood, standing)
      • We had to stand for the entire performance!2
    • stand up verbo (stands up, stood up, standing up)

Conjugaciones de staan:

o.t.t.
  1. sta
  2. staat
  3. staat
  4. staan
  5. staan
  6. staan
o.v.t.
  1. stond
  2. stond
  3. stond
  4. stonden
  5. stonden
  6. stonden
v.t.t.
  1. heb gestaan
  2. hebt gestaan
  3. heeft gestaan
  4. hebben gestaan
  5. hebben gestaan
  6. hebben gestaan
v.v.t.
  1. had gestaan
  2. had gestaan
  3. had gestaan
  4. hadden gestaan
  5. hadden gestaan
  6. hadden gestaan
o.t.t.t.
  1. zal staan
  2. zult staan
  3. zal staan
  4. zullen staan
  5. zullen staan
  6. zullen staan
o.v.t.t.
  1. zou staan
  2. zou staan
  3. zou staan
  4. zouden staan
  5. zouden staan
  6. zouden staan
en verder
  1. ben gestaan
  2. bent gestaan
  3. is gestaan
  4. zijn gestaan
  5. zijn gestaan
  6. zijn gestaan
diversen
  1. sta!
  2. stat!
  3. gestaan
  4. staand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Antónimos de "staan":


Definiciones relacionadas de "staan":

  1. bij hem passen1
    • dat pak staat hem goed1
  2. in een bepaalde toestand zijn1
    • dat gebouw staat leeg1
  3. op voeten of poten overeind zijn1
    • aan het eind van het concert ging het publiek staan1
  4. opgeschreven of gedrukt1
    • in de krant staat dat de minister gaat bezuinigen1
  5. zich bevinden1
    • het eten staat op tafel1

Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de staat



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios