| Noun | Traducciones relacionadas | Other Translations |
|
pass
|
|
bergpas; entreebiljet; kaart; kaartje; pas; pasje; paspoort; plaatsbewijs; ticket; toegangsbewijs
|
| Verb | Traducciones relacionadas | Other Translations |
|
announce
|
in aantocht zijn; zich aandienen; zich voordoen
|
aandienen; aankondigen; aanschrijven; aanzeggen; adverteren; afkondigen; annonceren; bekendmaken; berichten; iets aankondigen; informeren; kennis geven; konde doen; meedelen; melden; mening kenbaar maken; per advertentie aankondigen; proclameren; rapporteren; verkondigen; verslag uitbrengen
|
|
happen
|
gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen
|
gebeuren; geschieden; plaats hebben; plaats vinden; toegaan
|
|
occur
|
gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen
|
gebeuren; geschieden; ontspinnen; opdagen; opduiken; opkomen; passeren; plaats hebben; plaats vinden; plaatsvinden; verschijnen; voordoen; voorvallen
|
|
pass
|
gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen
|
aanbieden; aangeven; aankomen; aanreiken; afgeven; aflopen; besteden; bezoeken; doorbrengen; gaan; geven; iemand opzoeken; inhalen; langsgaan; langskomen; op visite gaan; overgeven; overhandigen; passeren; reiken; slagen voor; slijten; toesteken; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijrijden; zich begeven
|
|
take place
|
gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen
|
gebeuren; geschieden; plaats hebben; plaats vinden
|