Eliminar anuncios

Neerlandés

Traducciones detalladas de afmaken de neerlandés a francés

afmaken:

afmaken verbo (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)

  1. afmaken (voltooien; completeren; afronden; )
  2. afmaken (vervolledigen; completeren; voltooien; )
  3. afmaken (uit de weg ruimen; liquideren; koudmaken)
  4. afmaken (doden; vermoorden; liquideren; )
  5. afmaken (vermoorden; moorden; afslachten; )

Conjugaciones de afmaken:

o.t.t.
  1. maak af
  2. maakt af
  3. maakt af
  4. maken af
  5. maken af
  6. maken af
o.v.t.
  1. maakte af
  2. maakte af
  3. maakte af
  4. maakten af
  5. maakten af
  6. maakten af
v.t.t.
  1. heb afgemaakt
  2. hebt afgemaakt
  3. heeft afgemaakt
  4. hebben afgemaakt
  5. hebben afgemaakt
  6. hebben afgemaakt
v.v.t.
  1. had afgemaakt
  2. had afgemaakt
  3. had afgemaakt
  4. hadden afgemaakt
  5. hadden afgemaakt
  6. hadden afgemaakt
o.t.t.t.
  1. zal afmaken
  2. zult afmaken
  3. zal afmaken
  4. zullen afmaken
  5. zullen afmaken
  6. zullen afmaken
o.v.t.t.
  1. zou afmaken
  2. zou afmaken
  3. zou afmaken
  4. zouden afmaken
  5. zouden afmaken
  6. zouden afmaken
diversen
  1. maak af!
  2. maakt af!
  3. afgemaakt
  4. afmakende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

afmaken [znw.] sustantivo

  1. afmaken (afwerken)
    l'achèvement; la finition
  2. afmaken (afslachten; afslachting; slachting)
    le massacre; la boucherie; l'abattage; l'exécution; le carnage; la tuerie

Sinónimos de "afmaken":


Definiciones relacionadas de "afmaken":

  1. een mens of een dier dood maken1
    • de zieke koe werd afgemaakt1
  2. het niet serieus en goed aanpakken1
    • hij heeft zich wel gemakkelijk van dat werk afgemaakt1
  3. iemand of iets een heel slechte beoordeling geven1
    • die film werd afgemaakt in de krant1
  4. ervoor zorgen dat het klaar is1
    • Tina heeft de oefening afgemaakt1

Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de afmaken



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios