Neerlandés

Traducciones detalladas de flitsen de neerlandés a francés

flitsen:

flitsen verbo (flits, flitst, flitste, flitsten, geflits)

  1. flitsen (oplichten; lichten)
    briller; foudroyer; fulgurer; donner des éclairs; faire des éclairs; provoquer un éclat de lumière; jaillir; décharger
    • briller verbo (brille, brilles, brillons, brillez, )
    • foudroyer verbo (foudroie, foudroies, foudroyons, foudroyez, )
    • fulgurer verbo (fulgure, fulgures, fulgurons, fulgurez, )
    • jaillir verbo (jaillis, jaillit, jaillissons, jaillissez, )
    • décharger verbo (décharge, décharges, déchargons, déchargez, )

Conjugaciones de flitsen:

o.t.t.
  1. flits
  2. flitst
  3. flitst
  4. flitsen
  5. flitsen
  6. flitsen
o.v.t.
  1. flitste
  2. flitste
  3. flitste
  4. flitsten
  5. flitsten
  6. flitsten
v.t.t.
  1. heb geflits
  2. hebt geflits
  3. heeft geflits
  4. hebben geflits
  5. hebben geflits
  6. hebben geflits
v.v.t.
  1. had geflits
  2. had geflits
  3. had geflits
  4. hadden geflits
  5. hadden geflits
  6. hadden geflits
o.t.t.t.
  1. zal flitsen
  2. zult flitsen
  3. zal flitsen
  4. zullen flitsen
  5. zullen flitsen
  6. zullen flitsen
o.v.t.t.
  1. zou flitsen
  2. zou flitsen
  3. zou flitsen
  4. zouden flitsen
  5. zouden flitsen
  6. zouden flitsen
en verder
  1. is geflits
  2. zijn geflits
diversen
  1. flits!
  2. flitst!
  3. geflits
  4. flitsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for flitsen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
jaillir opwellen
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
briller flitsen; lichten; oplichten blaken; blinken; excelleren; flikkeren; fonkelen; glanzen; glimmen; glinsteren; glitteren; iets uitstralen; licht geven; licht schijnen; licht uitzenden; onderscheiden; overtreffen; schijnen; schitteren; sprankelen; stralen; twinkelen; uitblinken; uitblinken boven; uitmunten; uitsteken
donner des éclairs flitsen; lichten; oplichten bliksemen; lichten; weerlichten
décharger flitsen; lichten; oplichten aan de dijk zetten; afdanken; afladen; afmaken; afreageren; afscheiden; afschieten; afslachten; afvloeien; afvoeren; afvuren; bliksemen; congé geven; dechargeren; doden; ecarteren; eruit gooien; iets uitladen; ledigen; leeggieten; leegmaken; leegstorten; lichten; lossen; lozen; luchten; moorden; neerhalen; neersabelen; neerschieten; om het leven brengen; ombrengen; onschuldig verklaren; ontheffen; ontladen; ontslaan; schieten; schieten op; schoten lossen; uitgieten; uitladen; uitscheiden; uitschenken; uitstoten; uitsturen; uitwerpen; van zijn positie verdrijven; vermoorden; verzenden; vrijpleiten; vrijspreken; vuren; weerlichten; wegsturen; wegzenden; zuiveren
faire des éclairs flitsen; lichten; oplichten
foudroyer flitsen; lichten; oplichten bliksemen; lichten; weerlichten
fulgurer flitsen; lichten; oplichten
jaillir flitsen; lichten; oplichten borrelen; in het hoofd opkomen; opwellen; spatten; spetteren; vlammen; vlammen uitslaan; wellen
provoquer un éclat de lumière flitsen; lichten; oplichten

Palabras relacionadas con "flitsen":


Wiktionary: flitsen

flitsen
verb
  1. rare|fr Être allumé en trembloter.

Cross Translation:
FromToVia
flitsen faire un appel de phares blink — to flash headlights

flits: