Neerlandés
Traducciones detalladas de pest de neerlandés a francés
pest:
-
de pest (plaag; epidemie)
-
de pest (builenpest)
Palabras relacionadas con "pest":
pesten:
-
pesten (treiteren; plagen; koeioneren; kwellen; tergen; narren; tarten; sarren)
embêter; enquiquiner; agacer; brimer; assommer; intimider; importuner; brusquer; rudoyer; maltraiter; incommoder; embarrasser; tyranniser-
embêter verbo
-
enquiquiner verbo
-
agacer verbo
-
brimer verbo
-
assommer verbo
-
intimider verbo
-
importuner verbo
-
brusquer verbo
-
rudoyer verbo
-
maltraiter verbo
-
incommoder verbo
-
embarrasser verbo
-
tyranniser verbo
-
-
pesten (sarren; uitdagen; plagen; treiteren; tarten; stangen; jennen; zieken; tergen)
Conjugaciones de pesten:
o.t.t.
- pest
- pest
- pest
- pesten
- pesten
- pesten
o.v.t.
- pestte
- pestte
- pestte
- pestten
- pestten
- pestten
v.t.t.
- heb gepest
- hebt gepest
- heeft gepest
- hebben gepest
- hebben gepest
- hebben gepest
v.v.t.
- had gepest
- had gepest
- had gepest
- hadden gepest
- hadden gepest
- hadden gepest
o.t.t.t.
- zal pesten
- zult pesten
- zal pesten
- zullen pesten
- zullen pesten
- zullen pesten
o.v.t.t.
- zou pesten
- zou pesten
- zou pesten
- zouden pesten
- zouden pesten
- zouden pesten
en verder
- ben gepest
- bent gepest
- is gepest
- zijn gepest
- zijn gepest
- zijn gepest
diversen
- pest!
- pest!
- gepest
- pestend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Palabras relacionadas con "pesten":
Traducciones automáticas externas:
Images: