Resumen
Neerlandés a francés:   más información...
  1. scheer:
  2. scheren:
  3. Wiktionary:


Neerlandés

Traducciones detalladas de scheer de neerlandés a francés

scheer:

scheer [de ~] sustantivo

  1. de scheer (uitstekende rots; rif; klip)
    la falaise; le récif; l'écueil

Translation Matrix for scheer:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
falaise klip; rif; scheer; uitstekende rots klif; steile bodemverheffing
récif klip; rif; scheer; uitstekende rots frivoliteit; hupsheid; lichtzinnigheid; ondiepte; oppervlakkigheid
écueil klip; rif; scheer; uitstekende rots frivoliteit; hupsheid; lichtzinnigheid; ondiepte; oppervlakkigheid

Palabras relacionadas con "scheer":


scheren:

scheren verbo (scheer, scheert, scheerde, scheerden, geschoren)

  1. scheren
    se raser; raser; tondre
    • se raser verbo
    • raser verbo (rase, rases, rasons, rasez, )
    • tondre verbo (tonds, tond, tondons, tondez, )

Conjugaciones de scheren:

o.t.t.
  1. scheer
  2. scheert
  3. scheert
  4. scheren
  5. scheren
  6. scheren
o.v.t.
  1. scheerde
  2. scheerde
  3. scheerde
  4. scheerden
  5. scheerden
  6. scheerden
v.t.t.
  1. heb geschoren
  2. hebt geschoren
  3. heeft geschoren
  4. hebben geschoren
  5. hebben geschoren
  6. hebben geschoren
v.v.t.
  1. had geschoren
  2. had geschoren
  3. had geschoren
  4. hadden geschoren
  5. hadden geschoren
  6. hadden geschoren
o.t.t.t.
  1. zal scheren
  2. zult scheren
  3. zal scheren
  4. zullen scheren
  5. zullen scheren
  6. zullen scheren
o.v.t.t.
  1. zou scheren
  2. zou scheren
  3. zou scheren
  4. zouden scheren
  5. zouden scheren
  6. zouden scheren
en verder
  1. ben geschoren
  2. bent geschoren
  3. is geschoren
  4. zijn geschoren
  5. zijn geschoren
  6. zijn geschoren
diversen
  1. scheer!
  2. scheert!
  3. geschoren
  4. scherende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for scheren:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
raser scheren aandringen; afbreken; breken; donderjagen; doordrammen; doordrukken; drammen; ergens uitscheuren; neerhalen; omverhalen; slopen; uit elkaar halen; wegscheren; zeuren
se raser scheren
tondre scheren afzetten

Palabras relacionadas con "scheren":


Wiktionary: scheren

scheren
verb
  1. met een schaar of mes de huid van haar ontdoen
scheren
verb
  1. couper par morceaux une pièce de viande ou détacher un à un les membres d’une pièce de volaille, de gibier.
  2. Traductions à trier suivant le sens
  3. couper à ras la laine ou le poil des bêtes.

Cross Translation:
FromToVia
scheren raser rasieren — sich oder jemand anderem die Haare oder Barthaare abschneiden
scheren raser shave — to remove hair from
scheren tondre shear — to remove the fleece from a sheep