Resumen
Neerlandés a francés:   más información...
  1. uitverkopen:


Neerlandés

Traducciones detalladas de uitverkopen de neerlandés a francés

uitverkopen:

uitverkopen verbo (verkoop uit, verkoopt uit, verkocht uit, verkochten uit, uitverkocht)

  1. uitverkopen
    solder; brader; liquider
    • solder verbo (solde, soldes, soldons, soldez, )
    • brader verbo (brade, brades, bradons, bradez, )
    • liquider verbo (liquide, liquides, liquidons, liquidez, )

Conjugaciones de uitverkopen:

o.t.t.
  1. verkoop uit
  2. verkoopt uit
  3. verkoopt uit
  4. verkopen uit
  5. verkopen uit
  6. verkopen uit
o.v.t.
  1. verkocht uit
  2. verkocht uit
  3. verkocht uit
  4. verkochten uit
  5. verkochten uit
  6. verkochten uit
v.t.t.
  1. heb uitverkocht
  2. hebt uitverkocht
  3. heeft uitverkocht
  4. hebben uitverkocht
  5. hebben uitverkocht
  6. hebben uitverkocht
v.v.t.
  1. had uitverkocht
  2. had uitverkocht
  3. had uitverkocht
  4. hadden uitverkocht
  5. hadden uitverkocht
  6. hadden uitverkocht
o.t.t.t.
  1. zal uitverkopen
  2. zult uitverkopen
  3. zal uitverkopen
  4. zullen uitverkopen
  5. zullen uitverkopen
  6. zullen uitverkopen
o.v.t.t.
  1. zou uitverkopen
  2. zou uitverkopen
  3. zou uitverkopen
  4. zouden uitverkopen
  5. zouden uitverkopen
  6. zouden uitverkopen
en verder
  1. ben uitverkocht
  2. bent uitverkocht
  3. is uitverkocht
  4. zijn uitverkocht
  5. zijn uitverkocht
  6. zijn uitverkocht
diversen
  1. verkoop uit!
  2. verkoopt uit!
  3. uitverkocht
  4. uitverkopend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

uitverkopen [de ~] sustantivo, plural

  1. de uitverkopen (opruimingen)
    la soldes

Translation Matrix for uitverkopen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
soldes opruimingen; uitverkopen opruiming; opruimingsuitverkoop; opruimingsuitverkopen; saldi; saldo's; seizoenopruiming; seizoensuitverkoop; uitverkoop; verkopingen
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
brader uitverkopen
liquider uitverkopen afbreken; afmaken; bergen; breken; doden; doodmaken; doodslaan; effenen; egaliseren; koudmaken; liquideren; neerhalen; nullificeren; ombrengen; omverhalen; ondervangen; opdoeken; opheffen; opruimen; slopen; teniet doen; uit de weg ruimen; uit elkaar halen; uitroeien; van kant maken; vereffenen; verijdelen; vermoorden; vernietigen
solder uitverkopen aanzuiveren; bergen; betalen; effenen; egaliseren; genoegdoen; lager maken; nabetalen; opruimen; vereffenen; verlagen; verrekenen; voldoen