Neerlandés
Traducciones detalladas de verstrijken de neerlandés a francés
verstrijken:
-
verstrijken (voorbijgaan; verlopen; vervallen; vergaan; aflopen)
expirer; se passer; passer; parvenir; réussir; se terminer par; se terminer; descendre; aboutir; terminer; aboutir à; atterrir; se retrouver; atteindre; stopper; prendre fin; aborder; arriver; finir; s'arrêter; s'achever; s'écouler; arriver à; parvenir à; tomber dans-
expirer verbo
-
se passer verbo
-
passer verbo
-
parvenir verbo
-
réussir verbo
-
se terminer par verbo
-
se terminer verbo
-
descendre verbo
-
aboutir verbo
-
terminer verbo
-
aboutir à verbo
-
atterrir verbo
-
se retrouver verbo
-
atteindre verbo
-
stopper verbo
-
prendre fin verbo
-
aborder verbo
-
arriver verbo
-
finir verbo
-
s'arrêter verbo
-
s'achever verbo
-
s'écouler verbo
-
arriver à verbo
-
parvenir à verbo
-
tomber dans verbo
-
Conjugaciones de verstrijken:
o.t.t.
- verstrijk
- verstrijkt
- verstrijkt
- verstrijken
- verstrijken
- verstrijken
o.v.t.
- verstreek
- verstreek
- verstreek
- verstreken
- verstreken
- verstreken
v.t.t.
- ben verstreken
- bent verstreken
- is verstreken
- zijn verstreken
- zijn verstreken
- zijn verstreken
v.v.t.
- was verstreken
- was verstreken
- was verstreken
- waren verstreken
- waren verstreken
- waren verstreken
o.t.t.t.
- zal verstrijken
- zult verstrijken
- zal verstrijken
- zullen verstrijken
- zullen verstrijken
- zullen verstrijken
o.v.t.t.
- zou verstrijken
- zou verstrijken
- zou verstrijken
- zouden verstrijken
- zouden verstrijken
- zouden verstrijken
diversen
- verstrijk!
- verstrijkt!
- verstreken
- verstrijkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
verstrijken (vervallen)
Traducciones automáticas externas:
Images: