Resumen
Neerlandés a francés: más información...
-
voorbijgaan:
- expirer; se passer; passer; parvenir; réussir; se terminer par; se terminer; descendre; aboutir; terminer; aboutir à; atterrir; se retrouver; atteindre; stopper; prendre fin; aborder; arriver; finir; s'arrêter; s'achever; s'écouler; arriver à; parvenir à; tomber dans; dépasser; passer devant; rejoindre; rattraper; doubler
Neerlandés
Traducciones detalladas de voorbijgaan de neerlandés a francés
voorbijgaan:
-
voorbijgaan (verstrijken; verlopen; vervallen; vergaan; aflopen)
expirer; se passer; passer; parvenir; réussir; se terminer par; se terminer; descendre; aboutir; terminer; aboutir à; atterrir; se retrouver; atteindre; stopper; prendre fin; aborder; arriver; finir; s'arrêter; s'achever; s'écouler; arriver à; parvenir à; tomber dans-
expirer verbo
-
se passer verbo
-
passer verbo
-
parvenir verbo
-
réussir verbo
-
se terminer par verbo
-
se terminer verbo
-
descendre verbo
-
aboutir verbo
-
terminer verbo
-
aboutir à verbo
-
atterrir verbo
-
se retrouver verbo
-
atteindre verbo
-
stopper verbo
-
prendre fin verbo
-
aborder verbo
-
arriver verbo
-
finir verbo
-
s'arrêter verbo
-
s'achever verbo
-
s'écouler verbo
-
arriver à verbo
-
parvenir à verbo
-
tomber dans verbo
-
-
voorbijgaan (passeren; inhalen; voorbijrijden)
Conjugaciones de voorbijgaan:
o.t.t.
- ga voorbij
- gaat voorbij
- gaat voorbij
- gaan voorbij
- gaan voorbij
- gaan voorbij
o.v.t.
- ging voorbij
- ging voorbij
- ging voorbij
- gingen voorbij
- gingen voorbij
- gingen voorbij
v.t.t.
- ben voorbij gegaan
- bent voorbij gegaan
- is voorbij gegaan
- zijn voorbij gegaan
- zijn voorbij gegaan
- zijn voorbij gegaan
v.v.t.
- was voorbij gegaan
- was voorbij gegaan
- was voorbij gegaan
- waren voorbij gegaan
- waren voorbij gegaan
- waren voorbij gegaan
o.t.t.t.
- zal voorbijgaan
- zult voorbijgaan
- zal voorbijgaan
- zullen voorbijgaan
- zullen voorbijgaan
- zullen voorbijgaan
o.v.t.t.
- zou voorbijgaan
- zou voorbijgaan
- zou voorbijgaan
- zouden voorbijgaan
- zouden voorbijgaan
- zouden voorbijgaan
diversen
- ga voorbij!
- gaat voorbij!
- voorbij gegaan
- voorbijgaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Traducciones automáticas externas:
Images: