Inglés

Traducciones detalladas de examined de inglés a neerlandés

examined:

examined adj.

  1. examined (tested)
  2. examined (efficacious; tested)
  3. examined (tried; tested)

Translation Matrix for examined:

AdjectiveTraducciones relacionadasOther Translations
beproefd efficacious; examined; tested
deugdelijk efficacious; examined; tested durable; reliable; solid; sound; substantial
probaat efficacious; examined; tested
ModifierTraducciones relacionadasOther Translations
getest examined; tested; tried
geëxamineerd examined; tested
uitgeprobeerd examined; tested; tried

Palabras relacionadas con "examined":


examine:

to examine verbo (examines, examined, examining)

  1. to examine (test; verify; inspect; )
    onderzoeken; testen; beproeven; keuren
    • onderzoeken verbo (onderzoek, onderzoekt, onderzocht, onderzochten, onderzocht)
    • testen verbo (test, testte, testten, getest)
    • beproeven verbo (beproef, beproeft, beproefde, beproefden, beproefd)
    • keuren verbo (keur, keurt, keurde, keurden, gekeurd)
  2. to examine (visit; view; look at; )
    bezichtigen; bekijken; aanschouwen; bezien
    • bezichtigen verbo (bezichtig, bezichtigt, bezichtigde, bezichtigden, bezichtigd)
    • bekijken verbo (bekijk, bekijkt, bekeek, bekeken, bekeken)
    • aanschouwen verbo (aanschouw, aanschouwt, aanschouwde, aanschouwden, aanschouwen)
    • bezien verbo (bezie, beziet, bezag, bezagen, bezien)
  3. to examine (look at; view; scrutinize; )
    bekijken; inspecteren; bezichtigen
    • bekijken verbo (bekijk, bekijkt, bekeek, bekeken, bekeken)
    • inspecteren verbo (inspecteer, inspecteert, inspecteerde, inspecteerden, geïnspecteerd)
    • bezichtigen verbo (bezichtig, bezichtigt, bezichtigde, bezichtigden, bezichtigd)
  4. to examine (check; verify; audit; inspect)
    controleren; nakijken; nagaan
    • controleren verbo (controleer, controleert, controleerde, controleerden, gecontroleerd)
    • nakijken verbo (kijk na, kijkt na, keek na, keken na, nagekeken)
    • nagaan verbo (ga na, gaat na, ging na, gingen na, nagegaan)
  5. to examine (test; check; control; hear)
    testen; examineren; overhoren; toetsen
    • testen verbo (test, testte, testten, getest)
    • examineren verbo (examineer, examineert, examineerde, examineerden, geëxamineerd)
    • overhoren verbo (overhoor, overhoort, overhoorde, overhoorden, overhoord)
    • toetsen verbo (toets, toetst, toetste, toetsten, getoetst)
  6. to examine (control; survey; inspect; view)
    controleren; inspecteren; examineren; schouwen; keuren
    • controleren verbo (controleer, controleert, controleerde, controleerden, gecontroleerd)
    • inspecteren verbo (inspecteer, inspecteert, inspecteerde, inspecteerden, geïnspecteerd)
    • examineren verbo (examineer, examineert, examineerde, examineerden, geëxamineerd)
    • schouwen verbo (schouw, schouwt, schouwde, schouwden, geschouwd)
    • keuren verbo (keur, keurt, keurde, keurden, gekeurd)
  7. to examine (test; pretest; try out; )
    testen; toetsen; uitproberen; uittesten
    • testen verbo (test, testte, testten, getest)
    • toetsen verbo (toets, toetst, toetste, toetsten, getoetst)
    • uitproberen verbo (probeer uit, probeert uit, probeerde uit, probeerden uit, uitgeprobeerd)
    • uittesten verbo
  8. to examine (search)
    visiteren; fouilleren
    • visiteren verbo (visiteer, visiteert, visiteerde, visiteerden, gevisiteerd)
    • fouilleren verbo (fouilleer, fouilleert, fouilleerde, fouilleerden, gefouilleerd)
  9. to examine (request; require; ask; )
    vragen; verzoeken; aanvragen; uitnodigen; aanzoeken
    • vragen verbo (vraag, vraagt, vroeg, vroegen, gevraagd)
    • verzoeken verbo (verzoek, verzoekt, verzocht, verzochten, verzocht)
    • aanvragen verbo (vraag aan, vraagt aan, vroeg aan, vroegen aan, aangevraagd)
    • uitnodigen verbo (nodig uit, nodigt uit, nodigde uit, nodigden uit, uitgenodigd)
    • aanzoeken verbo (zoek aan, zoekt aan, zocht aan, zochten aan, aangezocht)
  10. to examine (test)
    examen afnemen
    • examen afnemen verbo (neem examen af, neemt examen af, nam examen af, namen examen af, examen afgenomen)
  11. to examine (try out; try; endeavour; )
    proberen; uitproberen; beproeven
    • proberen verbo (probeer, probeert, probeerde, probeerden, geprobeerd)
    • uitproberen verbo (probeer uit, probeert uit, probeerde uit, probeerden uit, uitgeprobeerd)
    • beproeven verbo (beproef, beproeft, beproefde, beproefden, beproefd)

Conjugaciones de examine:

present
  1. examine
  2. examine
  3. examines
  4. examine
  5. examine
  6. examine
simple past
  1. examined
  2. examined
  3. examined
  4. examined
  5. examined
  6. examined
present perfect
  1. have examined
  2. have examined
  3. has examined
  4. have examined
  5. have examined
  6. have examined
past continuous
  1. was examining
  2. were examining
  3. was examining
  4. were examining
  5. were examining
  6. were examining
future
  1. shall examine
  2. will examine
  3. will examine
  4. shall examine
  5. will examine
  6. will examine
continuous present
  1. am examining
  2. are examining
  3. is examining
  4. are examining
  5. are examining
  6. are examining
subjunctive
  1. be examined
  2. be examined
  3. be examined
  4. be examined
  5. be examined
  6. be examined
diverse
  1. examine!
  2. let's examine!
  3. examined
  4. examining
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Translation Matrix for examine:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
aanschouwen looking in the eyes; observation; observe; viewing; watching
aanvragen applying; applying for something; asking for; requesting
bezichtigen inspection; view; visit
controleren audit; check; probe
fouilleren frisking; search
keuren medical examination
proberen attempting; trying
schouwen chimney-shafts; chimneys; funnels; stacks
testen examination; testing
verzoeken questions; requests
vragen questions; requests
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
aanschouwen examine; inspect; look at; see; see over; see round; view; visit become aware of; behold; notice; perceive; see; see in
aanvragen appeal; apply to; ask; beg; examine; petition; pretest; query; request; require; test; try; try out apply for; ask for; claim; file a petition; petition; query; request
aanzoeken appeal; apply to; ask; beg; examine; petition; pretest; query; request; require; test; try; try out
bekijken check; control; examine; inspect; look at; scrutinise; scrutinize; see; see over; see round; verify; view; visit; watch attend; become aware of; behold; can drop dead; consider; get lost; look at; notice; observe; perceive; see; see in; spectate; view; watch; witness
beproeven attempt; check; control; endeavor; endeavour; examine; inspect; pretest; strive; test; try; try out; verify proof; put to the test; test; try; try s.o.'s mettle
bezichtigen check; control; examine; inspect; look at; scrutinise; scrutinize; see; see over; see round; verify; view; visit; watch
bezien examine; inspect; look at; see; see over; see round; view; visit
controleren audit; check; control; examine; inspect; survey; verify; view audit; auditing; check; control; count again; govern; review; run over again
examen afnemen examine; test
examineren check; control; examine; hear; inspect; survey; test; view
fouilleren examine; search
inspecteren check; control; examine; inspect; look at; scrutinise; scrutinize; survey; verify; view; watch inspect; look over; survey
keuren check; control; examine; inspect; survey; test; try; verify; view inspect; sample; take samples; taste; test; try
nagaan audit; check; examine; inspect; verify affirm; check; check out; go through again; investigate; prove; trace; verify
nakijken audit; check; examine; inspect; verify look after; look round
onderzoeken check; control; examine; inspect; test; try; verify explore; inquire; investigate; research; study
overhoren check; control; examine; hear; test grant; hear; interpellate; interrogate; question; subsidise; subsidize
proberen attempt; check; endeavor; endeavour; examine; pretest; strive; test; try; try out attempt; endeavor; endeavour; fit; sample; strive; taste; test; try; try on
schouwen control; examine; inspect; survey; view inspect; look; look on; watch
testen check; control; count again; examine; hear; inspect; pretest; recount; test; try; try out; verify
toetsen check; control; count again; examine; hear; pretest; recount; test; try; try out
uitnodigen appeal; apply to; ask; beg; examine; petition; pretest; query; request; require; test; try; try out begin; call in; engage; enlist; initiate; invite; invoke; operationalize
uitproberen attempt; check; count again; endeavor; endeavour; examine; pretest; recount; strive; test; try; try out
uittesten check; count again; examine; pretest; recount; test; try; try out
verzoeken appeal; apply to; ask; beg; examine; petition; pretest; query; request; require; test; try; try out appeal; apply for; ask; ask for; beg; beseech; claim; file a petition; implore; petition; plead; pray; query; request
visiteren examine; search
vragen appeal; apply to; ask; beg; examine; petition; pretest; query; request; require; test; try; try out appeal; apply for; ask; ask for; beg; beseech; claim; demand; file a petition; implore; petition; plead; pray; query; request; wonder
- analyse; analyze; canvas; canvass; essay; probe; prove; see; study; test; try; try out
OtherTraducciones relacionadasOther Translations
- be examined; examine and empty; inspect; survey

Palabras relacionadas con "examine":


Sinónimos de "examine":


Definiciones relacionadas de "examine":

  1. consider in detail and subject to an analysis in order to discover essential features or meaning1
  2. question closely1
  3. question or examine thoroughly and closely1
  4. observe, check out, and look over carefully or inspect1
    • The customs agent examined the baggage1
  5. put to the test, as for its quality, or give experimental use to1

Wiktionary: examine

examine
verb
  1. to determine the aptitude, skills or qualifications of someone by subjecting them to an examination
examine
verb
  1. aan een examen onderwerpen
  2. (overgankelijk) een onbekend gebied verkennen
  3. (overgankelijk) de oorzaak of reden van iets bestuderen

Cross Translation:
FromToVia
examine inzien einsehen — etwas prüfen, einen Einblick nehmen
examine toetsen; keuren prüfen — (transitiv) feststellen, inwiefern einer Bedingung genügt wird
examine ondervragen vernehmen — einen Beschuldigten oder einen Zeugen förmlich ausfragen
examine exploreren; nagaan; onderzoeken; uitvissen; uitzoeken; vorsen; examineren; nakijken; nauwkeurig onderzoeken examinerobserver avec attention, avec réflexion.
examine toezicht houden; besturen; de scepter zwaaien; heersen; regeren; aflezen; checken; controleren; nakijken; surveilleren; toezien; acht slaan op; letten op; opletten; oppassen; passen op surveillerobserver avec attention ; examiner ; contrôler.