Neerlandés

Traducciones detalladas de agiteren de neerlandés a inglés

agiteren:

agiteren verbo

  1. agiteren (in beroering brengen; opstoken; oppoken)
    to stir; to agitate; to shake up; to budge
    • stir verbo (stirs, stirred, stirring)
    • agitate verbo (agitates, agitated, agitating)
    • shake up verbo (shakes up, shook up, shaking up)
    • budge verbo (budges, budged, budging)

Translation Matrix for agiteren:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
shake up opschudding; opzien; sensatie; verwarring
stir geharrewar
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
agitate agiteren; in beroering brengen; oppoken; opstoken ageren; handelen; verroeren
budge agiteren; in beroering brengen; oppoken; opstoken beroeren; bewegen; in beweging brengen; wijken
shake up agiteren; in beroering brengen; oppoken; opstoken opschudden
stir agiteren; in beroering brengen; oppoken; opstoken aanroeren; aanstippen; aanstoken; beroeren; even aanraken; mixen; omroeren; oppoken; opschudden; opstoken; roeren; rondroeren; toucheren; verroeren; zich bewegen

Wiktionary: agiteren

agiteren
verb
  1. intr|nld onrust stoken
agiteren
verb
  1. agitate rapidly

Cross Translation:
FromToVia
agiteren stir up; agitate agitieren — aufwiegeln, Unruhe stiften
agiteren agitate; wave; wave about; beat; incite; stir up; arouse; whirl; brandish; fling; flourish; wag; wield; swing agiter — Traductions à trier suivant le sens
agiteren discuss; agitate; incite; stir up; arouse débattrediscuter entre plusieurs personnes dont chacune exposer ses arguments.
agiteren trouble; disturb; ruffle; confuse; puzzle; bemuse; bewilder; perplex; abash; addle; disarrange; disarray; agitate; incite; stir up; arouse troublerrendre trouble.
agiteren move; stir; affect; agitate; incite; stir up; arouse émouvoirprovoquer une émotion.