Palabras neerlandés más recientes:

dokter dokteren tra Nederland Nederlands pannenkoek eng slag griet rijverbod uitstellen uitstel verdienen vervangen natuurlijk natuurlijk! collega's Collega's bang bestaan stappen stap daarmee toch bevallen indoen zeker zekeren zoveel geduld dulden zoals werkzaamheden werkzaamheid voorbereiden vertalen uiteindelijk streng secretaresse samentellen samenstel ontwerpen ontwerp momenteel leren leer hoofdkantoor hekel hekelen enthousiast direct blad afhankelijk vliegtuig tenminste repareren ooit netto monteur t.h.t. zusje aanpalend vertrekken vertrek aankomst hefbok informeren kreukherstellend weven AOWer organigram Organigram samenwerking desperaat waar waarheid sterk sterken eerlijk herkennen waren introductie inhouden Inhoud inhoud merken merk september tandwiel wanneer overlijden overleden wie presentatie OHW SSL-certificaat fuzzing brede AD druktemaker alleen allee allen gevoel uitoefening lintworm lintwormen verbindingsstuk voortvarend voortvarendheid madeliefje ontstellen ontsteld navolger vragen vroeg snappen druk drukken deken dek plaid afspreken stem stemmen planten plant kap kappen rivier vita plek zinnen zonnen zo'n zon speeltuin honoreren liefde lief helemaal allemaal knuffel knuffelen zin tantième toeslag elpee elpees album albums tekst verkopen zanger lied lieden blaaskaak dwarsligger zekerheid mogelijk werken lieve liefst kerkje sterkte gabber priem priemen liever hel hellen gaar bedienen vaker raapstelen zemelen zemel bot botten laf leeg benodigdheden embryo godverdomme interest schoren schoor koersverschil slaapkamer slaapkamers trainen fiets fietsen steken stekken hek besturen KvK zweefmolen op

Palabras español más recientes:

astillado exhibir mostrar entre balaustrada aquello aquellos cauteloso acaecer evidenciar escoba agradecer iniciar inicio Inicio familia unión garabatear retener náufrago dañino bullicioso hacker curador indicar que qué implementar cómodo fácil básico pringoso elemental Básico mucho muchas grato placentero agradable histérico ir irse vamos sociológico cónyuge algo tomar hora dividir clase ejercitar verdaderamente rabia rabiar menospreciar menosprecio reprochador irritar irritarse irritado escoger ameno elegir vanidoso minucioso maricón privilegiar privilegio explicar profundizar conciso resumido breve positivo causativo después cuyo cuya verificar guerra niño niña resultar resultado Resultado expresiones practicar práctico práctica decir politizar prever viabilidad previo asimismo todo identificar sentir impacto porteador croissant contrastar referencia suponer información causar darse dársela dar pues grandeza traductor traductora arriesgarse anfitrión anfitriona absorbimiento mediateca asesor fuerte caja diseñar anticipar discurso discursos presentación Presentación enterarse cuál infraestructura saber arbitrario necesario pronto inhabitual significativo inferir trocito intransitivo abreviar abreviado también mejorar especias entendible exitoso pobrecito contrario contrariar pulir cántaro pervertir amohinarse pedazo pequeño pequeña testar esto estos conseguir guay estresado extenuado crecimiento conectar sosegarse sosegar sosegado aunque miedo Miedo interrogar cuestionar envergadura período períodos estudiar estudio pueblo poblar salón salar salarse sala aquella hola preguntar preguntarse pregunta Pregunta habitualmente tabernero mesonero esporádicamente bodeguero veloz alarmado ruido Ruido otro