Neerlandés

Traducciones detalladas de ruilen de neerlandés a español

ruilen:

ruilen verbo (ruil, ruilt, ruilde, ruilden, geruild)

  1. ruilen (omruilen; wisselen; omwisselen; verwisselen)
  2. ruilen (inwisselen; omwisselen; wisselen; )
  3. ruilen (uitwisselen; verruilen)
  4. ruilen
    trocar; cambiar

Conjugaciones de ruilen:

o.t.t.
  1. ruil
  2. ruilt
  3. ruilt
  4. ruilen
  5. ruilen
  6. ruilen
o.v.t.
  1. ruilde
  2. ruilde
  3. ruilde
  4. ruilden
  5. ruilden
  6. ruilden
v.t.t.
  1. heb geruild
  2. hebt geruild
  3. heeft geruild
  4. hebben geruild
  5. hebben geruild
  6. hebben geruild
v.v.t.
  1. had geruild
  2. had geruild
  3. had geruild
  4. hadden geruild
  5. hadden geruild
  6. hadden geruild
o.t.t.t.
  1. zal ruilen
  2. zult ruilen
  3. zal ruilen
  4. zullen ruilen
  5. zullen ruilen
  6. zullen ruilen
o.v.t.t.
  1. zou ruilen
  2. zou ruilen
  3. zou ruilen
  4. zouden ruilen
  5. zouden ruilen
  6. zouden ruilen
en verder
  1. is geruild
  2. zijn geruild
diversen
  1. ruil!
  2. ruilt!
  3. geruild
  4. ruilend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

ruilen [het ~] sustantivo

  1. het ruilen
    el intercambio; el canje

Translation Matrix for ruilen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
canje ruilen inruilobject; ruilhandel; ruilverkeer
intercambio ruilen inruil; omruil; omruiling; omwisseling; ruil; ruiling; ruiltransactie; uitwisseling
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
cambiar inwisselen; omruilen; omwisselen; ruilen; verruilen; verwisselen; wisselen Wisselen; aflossen; afwisselen; amenderen; converteren; fluctueren; hernieuwen; herstellen; herzien; iets omdraaien; inruilen; kenteren; modificeren; omkeren; omwerken; omwisselen; omzetten; omzwaaien; overstappen; remplaceren; renoveren; restaureren; variëren; veranderen; verbeteren; vernieuwen; vervangen; verwisselen; wijzigen; wisselen
canjear inwisselen; omruilen; omwisselen; ruilen; verruilen; verwisselen; wisselen
intercambiar ruilen; uitwisselen; verruilen fluctueren; met elkaar verwarren; omwisselen; variëren; verwisselen; wisselen
trocar ruilen

Palabras relacionadas con "ruilen":


Wiktionary: ruilen


Cross Translation:
FromToVia
ruilen trocar barter — exchange goods or services without involving money
ruilen cambiar exchange — To replace with a similar item
ruilen trocar troak — exchange goods or services without involving money
ruilen trocar troquer — Échanger de biens sans contrepartie en argent (1):
ruilen intercambiar; trocar; permutar échangerdonner une chose contre une autre.

ruil:

ruil [de ~ (m)] sustantivo

  1. de ruil (inruil)
    el cambio; el regateo; la permutación; el contrato de canje; el intercambio; el trueque; el trapicheo; el contrato de cambio
  2. de ruil (omruil; uitwisseling; omwisseling; )
    el intercambio; el cambio

Translation Matrix for ruil:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
cambio inruil; omruil; omruiling; omwisseling; ruil; ruiling; ruiltransactie; uitwisseling amenderen; declineren; deviezenkoers; draai; evolutie; geldkoers; herleidingskoers; hervorming; het verschonen; keer; keerpunt; kentering; kering; koers; koppelkoers; modificeren; mutatie; muteren; ombuiging; omdraaiing; omkeer; omkering; ommedraai; ommekeer; ommezwaai; omruil; omschakeling; omslag; omwisselen; omwisseling; overgang; overplaatsing; overslag; overstap; richtingsverandering; transformatie; valuta; veranderen; verandering; verbuigen; verruiling; verschoning; verwisseling; wending; wijzigen; wijziging; wissel; wisselbrief; wisseling; wisselkoers; wisseltarief
contrato de cambio inruil; ruil
contrato de canje inruil; ruil
intercambio inruil; omruil; omruiling; omwisseling; ruil; ruiling; ruiltransactie; uitwisseling ruilen
permutación inruil; ruil verruiling
regateo inruil; ruil afpingelarij; gedribbel; handjeklap; handjeplak; knibbelarij; koehandel; marchandering; onderhandeling
trapicheo inruil; ruil afpingelarij; knibbelarij
trueque inruil; ruil ruilhandel

Palabras relacionadas con "ruil":


Wiktionary: ruil


Cross Translation:
FromToVia
ruil trueque barter — an equal exchange