Neerlandés

Traducciones detalladas de vlijen de neerlandés a francés

vlijen:

vlijen verbo (vlij, vlijt, vlijde, vlijden, gevlijd)

  1. vlijen
    ranger; se blottir contre; coucher délicatement; arranger; s'étendre; s'allonger; mettre en ordre; poser en douceur
    • ranger verbo (range, ranges, rangeons, rangez, )
    • arranger verbo (arrange, arranges, arrangeons, arrangez, )
    • s'étendre verbo
    • s'allonger verbo

Conjugaciones de vlijen:

o.t.t.
  1. vlij
  2. vlijt
  3. vlijt
  4. vlijen
  5. vlijen
  6. vlijen
o.v.t.
  1. vlijde
  2. vlijde
  3. vlijde
  4. vlijden
  5. vlijden
  6. vlijden
v.t.t.
  1. heb gevlijd
  2. hebt gevlijd
  3. heeft gevlijd
  4. hebben gevlijd
  5. hebben gevlijd
  6. hebben gevlijd
v.v.t.
  1. had gevlijd
  2. had gevlijd
  3. had gevlijd
  4. hadden gevlijd
  5. hadden gevlijd
  6. hadden gevlijd
o.t.t.t.
  1. zal vlijen
  2. zult vlijen
  3. zal vlijen
  4. zullen vlijen
  5. zullen vlijen
  6. zullen vlijen
o.v.t.t.
  1. zou vlijen
  2. zou vlijen
  3. zou vlijen
  4. zouden vlijen
  5. zouden vlijen
  6. zouden vlijen
diversen
  1. vlij!
  2. vlijt!
  3. gevlijd
  4. vlijend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vlijen:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
arranger vlijen afspreken; arrangeren; bedisselen; bijleggen; coördineren; effenen; egaliseren; fatsoeneren; fiksen; flikken; goedmaken; groeperen; herstellen; iets op touw zetten; in goede staat brengen; in orde brengen; in orde maken; indelen; inrichten; installeren; instrumenteren; klaarspelen; opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen; ordenen; orkestreren; rangeren; rangordenen; rangschikken; regelen; renoveren; ruzie afsluiten; schiften; schikken; sorteren; systematiseren; uitzoeken; vereffenen; voor elkaar krijgen
coucher délicatement vlijen
mettre en ordre vlijen op orde brengen
poser en douceur vlijen
ranger vlijen archiveren; bergen; bewaren; bijeen scharrelen; deponeren; inschikken; leggen; neerleggen; opbergen; opruimen; opschonen; opslaan; opzij leggen; parkeren; plaatsen; rangordenen; rangschikken; samenpakken; samenrapen; scharen; stallen; stouwen; wegbergen; wegleggen; wegzetten; zetten
s'allonger vlijen neervlijen
s'étendre vlijen aangroeien; aanwassen; aanwinnen; aanzwellen; afdwalen; de hoogte ingaan; gedijen; groeien; groter worden; neervlijen; omhooggaan; opzetten; rekken; stijgen; toenemen; uitstrekken; uitweiden; vermeerderen
se blottir contre vlijen

Wiktionary: vlijen

vlijen
verb
  1. Coucher quelqu’un