Neerlandés

Sinónimos detallados de flauw en neerlandés

flauw:

flauw adj.

  1. flauw
  2. flauw
    melig; flauw
  3. flauw
  4. flauw
  5. flauw
  6. flauw
  7. flauw
    – met weinig zout of kruiden 1
    flauw
    – met weinig zout of kruiden 1
    • flauw adj.
      • deze soep is te flauw1
  8. flauw
    – niet leuk 1
    flauw
    – niet leuk 1
    • flauw adj.
      • hij maakt altijd van die flauwe grappen1
  9. flauw
    – weinig sterk 1
    flauw
    – weinig sterk 1
    • flauw adj.
      • er brandde een flauw lichtje1

Palabras relacionadas con "flauw":

  • flauwheid, flauwer, flauwere, flauwst, flauwste, flauwe

Antónimos de "flauw":


Definiciones relacionadas de "flauw":

  1. met weinig zout of kruiden1
    • deze soep is te flauw1
  2. niet leuk1
    • hij maakt altijd van die flauwe grappen1
  3. weinig sterk1
    • er brandde een flauw lichtje1

Sinónimos relacionados de flauw