Resumen
Neerlandés a sueco:   más información...
  1. sein:
  2. seinen:
  3. Wiktionary:


Neerlandés

Traducciones detalladas de sein de neerlandés a sueco

sein:

sein [het ~] sustantivo

  1. het sein (teken; wenk)
    tecken; signal

Translation Matrix for sein:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
signal sein; teken; wenk gebaar; geste; signaal; teken
tecken sein; teken; wenk aanduiding; aantekening; aanwijzing; gebaar; geschreven letter; geste; indicatie; notitie; ordeteken; symptoom; teken

Palabras relacionadas con "sein":


Wiktionary: sein


Cross Translation:
FromToVia
sein signal signal — indication
sein signal signal — device to give indication

sein forma de seinen:

seinen verbo (sein, seint, seinde, seinden, geseind)

  1. seinen (signalen geven)
    slå en signal
    • slå en signal verbo (slår en signal, slog en signal, slagit en signal)

Conjugaciones de seinen:

o.t.t.
  1. sein
  2. seint
  3. seint
  4. seinen
  5. seinen
  6. seinen
o.v.t.
  1. seinde
  2. seinde
  3. seinde
  4. seinden
  5. seinden
  6. seinden
v.t.t.
  1. heb geseind
  2. hebt geseind
  3. heeft geseind
  4. hebben geseind
  5. hebben geseind
  6. hebben geseind
v.v.t.
  1. had geseind
  2. had geseind
  3. had geseind
  4. hadden geseind
  5. hadden geseind
  6. hadden geseind
o.t.t.t.
  1. zal seinen
  2. zult seinen
  3. zal seinen
  4. zullen seinen
  5. zullen seinen
  6. zullen seinen
o.v.t.t.
  1. zou seinen
  2. zou seinen
  3. zou seinen
  4. zouden seinen
  5. zouden seinen
  6. zouden seinen
en verder
  1. ben geseind
  2. bent geseind
  3. is geseind
  4. zijn geseind
  5. zijn geseind
  6. zijn geseind
diversen
  1. sein!
  2. seint!
  3. geseind
  4. seinend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for seinen:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
slå en signal seinen; signalen geven bellen; door de telefoon praten; telefoneren

Palabras relacionadas con "seinen":


Wiktionary: seinen


Cross Translation:
FromToVia
seinen utmärka; signalera; framhålla; utmärka sig signalerappeler ou attirer l’attention de quelqu’un sur une personne ou sur une chose.