Resumen
Sueco a neerlandés:   más información...
  1. aktiv:


Sueco

Traducciones detalladas de aktiv de sueco a neerlandés

aktiv:


Sinónimos de "aktiv":


Wiktionary: aktiv

aktiv
adjective
  1. met iets bezig zijnde

Cross Translation:
FromToVia
aktiv actief active — having the quality or power of acting
aktiv actief; bedrijvende vorm; activum active voice — the form in which the subject of a verb carries out some action
aktiv nachtelijk nocturnal — primarily active during the night
aktiv actief aktivPhysik: aktives Material: radioaktive Strahlen aussendend
aktiv actief aktivumgangssprachlich: in einer bestimmten Hinsicht tätig, engagiert
aktiv druk; levendig; kras; kwiek; opgewekt; rap; tierig; vief; wakker; actief; bedrijvend; werkdadig; werkend; werkzaam; bedrijvig actif — Qui agir ou qui a la vertu d’agir.
aktiv actief; bedrijvend; werkdadig; werkend; werkzaam; bedrijvig; effectief; werkelijk; daadwerkelijk effectif — Qui est réellement et de fait, qui produit un résultat réel.
aktiv actief; bedrijvend; werkdadig; werkend; werkzaam; bedrijvig; drastisch énergique — Qui a de l’énergie.

Traducciones relacionadas de aktiv