Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de comprendre de francés a neerlandés

comprendre:

comprendre verbo

  1. comprendre (saisir; se rendre compte; voir; )
    begrijpen; snappen; inzien; met het verstand vatten
  2. comprendre (se composer de)
    bestaan uit
    • bestaan uit verbo (besta uit, bestaat uit, bestond uit, bestonden uit, bestaan uit)
  3. comprendre (concevoir; saisir)
    verstaan
    • verstaan verbo (versta, verstaat, verstond, verstonden, verstaan)
  4. comprendre (concevoir; saisir; entendre; piger)
    doorzien hebben; inzien
  5. comprendre (contenir; enfermer)
    omvatten
    • omvatten verbo (omvat, omvatte, omvatten, omvat)
  6. comprendre (limiter; englober; endiguer; )
    beperken; inkapselen; limiteren; inperken; indammen
    • beperken verbo (beperk, beperkt, beperkte, beperkten, beperkt)
    • inkapselen verbo (kapsel in, kapselt in, kapselde in, kapselden in, ingekapseld)
    • limiteren verbo (limiteer, limiteert, limiteerde, limiteerden, gelimiteerd)
    • inperken verbo (perk in, perkt in, perkte in, perkten in, ingeperkt)
    • indammen verbo (dam in, damt in, damde in, damden in, ingedamd)
  7. comprendre (deviner; piger)
    doorhebben; doorzien
    • doorhebben verbo (heb door, hebt door, heeft door, had door, hadden door, doorgehad)
    • doorzien verbo (doorzie, doorziet, doorzag, doorzagen, doorzien)
  8. comprendre (s'identifier à; envisager; se mettre dans la peau de; )
    inleven; voelen; meeleven; invoelen
    • inleven verbo (leef in, leeft in, leefde in, leefden in, ingeleefd)
    • voelen verbo (voel, voelt, voelde, voelden, gevoeld)
    • meeleven verbo (leef mee, leeft mee, leefde mee, leefden mee, meegeleefd)
    • invoelen verbo (voel in, voelt in, voelde in, voelden in, ingevoeld)
  9. comprendre (inclure; compter)
    meerekenen; meetellen
    • meerekenen verbo (reken mee, rekent mee, rekende mee, rekenden mee, meegerekend)
    • meetellen verbo (tel mee, telt mee, telde mee, telden mee, meegeteld)
  10. comprendre (occuper de la place; remplir)
    beslaan; ruimte innemen
  11. comprendre (commencer à comprendre; saisir; piger)

Conjugaciones de comprendre:

Présent
  1. comprends
  2. comprends
  3. comprend
  4. comprenons
  5. comprenez
  6. comprennent
imparfait
  1. comprenais
  2. comprenais
  3. comprenait
  4. comprenions
  5. compreniez
  6. comprenaient
passé simple
  1. compris
  2. compris
  3. comprit
  4. comprîmes
  5. comprîtes
  6. comprirent
futur simple
  1. comprendrai
  2. comprendras
  3. comprendra
  4. comprendrons
  5. comprendrez
  6. comprendront
subjonctif présent
  1. que je comprenne
  2. que tu comprennes
  3. qu'il comprenne
  4. que nous comprenions
  5. que vous compreniez
  6. qu'ils comprennent
conditionnel présent
  1. comprendrais
  2. comprendrais
  3. comprendrait
  4. comprendrions
  5. comprendriez
  6. comprendraient
passé composé
  1. ai compris
  2. as compris
  3. a compris
  4. avons compris
  5. avez compris
  6. ont compris
divers
  1. comprends!
  2. comprenez!
  3. comprenons!
  4. compris
  5. comprenant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "comprendre":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de comprendre



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios