Palabras español más recientes:

llevar llevarse rechazar rechazo fracasar fracaso adaptabilidad máscara aprovechar quien quién academia correr pasatiempo égloga instruir salir Salir pasar quedarse bajarse bajo alegón quedar hacker fomentar tardar engañar desarrollar desarrollo desarrollarse pijo vertido salvar salvo civilización baba esperar brotar brote preocupación confinamiento espolear selectividad intenso amenazar amenaza jamás jamar alacena momento mundo ardor intensidad poner quizás ecológico quemar bravo puñaladas cegador conseguir grito gritos plantear presentar presentarse presente ¡presente! atajo atraer perjudicar perjudicado tonto también incluso incitar rayar rayado acomodar descansar descanso dejar monólogo rencor odiar odio con respiradero además casilla bomba atómico voltear Jerusalén negrita estocada estocadas bambolearse bamboleo desempeñar desempeño campana afirmación afirmacion cascar casco enseguida corazón suficiente alma autoestima mejorar repulsión pensar pensado cansar válvula conciencia acechar luego entonces morboso furtivo mientras durante desacuerdo temor cuyo cuya ver acción determinar utilizar mirador desperdiciar desperdicio venta asediar retroceder comer como comerse cómo ¿cómo? Cómo amistoso hurto atribuir pacífico desapercibido hinchar hincharse hinchas ayudar ayuda terrible organización Organización tabaco postular tener obtener suelo aldea espera iluso motivar ocupar secuencia hilvanar constantemente mezclar mezcla mezclarse infantil enviar envío leer resumir papel adjetivo gustar gusto encima blascas proporcional inconciliable mutuo desventajoso comentar genitales abordar martillar SEE bono drogarse décimo tocar droga

Palabras neerlandés más recientes:

toebijten gewoel opzicht employees sluiten Sluiten vlug afslaan groet bromvlieg masker maskeren waarbij nogmaals loodgieter kandij oprijden zijpad been verwarmingsketel verslag toestaan toegestaan keuring attest flauwekul mier rakelings enten ent spetteren spetter plagen plaag poten poot kledder uitzinnig humor instrueren wijnrank bijziend achterneef taalverschijnsel neef subscript vrijgezel naaien vermoeden daarentegen veronderstellen windstreek bevelen weelde dobberen dobber verstrooid vurig taart kousenband belang gebak vertellen lelijk wurmen wurm nood zetten zet afronding ontsieren kous kousen uitgifte kou bemoeienis vurigheid betalen ven bottelen straffen staf groot absentie verregaand vertalen schrijven korting mogelijk poster tiental put putten verdwalen immers dwaalspoor tillen tilt pop epoche epoch vastleggen rechtstreeks rijzen rijst windmolen ekster vertroebelen salvo dansen dans mokerslag lunch lunchen sleur sleuren aanvragen medewerker postelein zodat meesleuren leeglopen leegloop kauwen bedreigen kraai kraaien overwaaien komma waarschijnlijk doven dove uitdoven concreet siersteen afwegen verhoging benauwd benauwdheid ontvangstbewijs friet bravo bewustzijn allerhoogst panne afbakenen overeenkomst stoofvlees favoriet wijngaard onderdompelen standaard Standaard septisch nimmer beerput lid havo drukken drukte strip strippen goot finesse eeuwenoud broom serie ontbijtkoek inheems inheemse verifieren verifiëren emmer Emmer onderwatercamera poseren teruglopen terugloop zien opvallen doorspoelen nek nekken passie functioneren ontspannen doorgaans geborgenheid doeleinde rustgevend balans Balans nu kaft kaften stern vanavond verstandig proesten badhanddoek