Neerlandés

Sinónimos detallados de kwaadheid en neerlandés

kwaadheid:

kwaadheid [de ~ (v)] sustantivo

  1. de kwaadheid
    de woede; de toorn; de giftigheid; de kwaadheid; de razernij

Palabras relacionadas con "kwaadheid":


kwaad:

kwaad adj.

  1. kwaad
  2. kwaad
    kwaad; boos; furieus; woedend; hels; razend; nijdig; woest; dol; laaiend; tierend
  3. kwaad
  4. kwaad
  5. kwaad
    – als je je opwindt omdat je hem ergens de schuld van geeft 1
    boos; kwaad; nijdig
    – als je je opwindt omdat je hem ergens de schuld van geeft 1
    • boos adj.
      • ik ben boos op Gerard1
    • kwaad adj.
      • hij was erg kwaad op de man die hem aanreed1
    • nijdig adj.
      • nijdig gooide hij het boek op de grond1

kwaad [het ~] sustantivo

  1. het kwaad
    de demon; de duivel; de satan; het kwaad
    • demon [de ~ (m)] sustantivo
    • duivel [de ~ (m)] sustantivo
    • satan [de ~ (m)] sustantivo
    • kwaad [het ~] sustantivo
  2. het kwaad
    – wat schade veroorzaakt en/of niet in orde is 1
    het kwaad
    – wat schade veroorzaakt en/of niet in orde is 1
    • kwaad [het ~] sustantivo
      • deze hond doet geen kwaad1

Palabras relacionadas con "kwaad":


Sinónimos alternativos de "kwaad":


Antónimos de "kwaad":


Definiciones relacionadas de "kwaad":

  1. als je je opwindt omdat je hem ergens de schuld van geeft1
    • hij was erg kwaad op de man die hem aanreed1
  2. wat schade veroorzaakt en/of niet in orde is1
    • deze hond doet geen kwaad1