Resumen
Sinónimos en neerlandés:   más información...
  1. misbruiken:
  2. misbruik:


Neerlandés

Sinónimos detallados de misbruiken en neerlandés

misbruiken:

misbruiken verbo (misbruik, misbruikt, misbruikte, misbruikten, misbruikt)

  1. misbruiken
    misbruiken
    • misbruiken verbo (misbruik, misbruikt, misbruikte, misbruikten, misbruikt)

Conjugaciones de misbruiken:

o.t.t.
  1. misbruik
  2. misbruikt
  3. misbruikt
  4. misbruiken
  5. misbruiken
  6. misbruiken
o.v.t.
  1. misbruikte
  2. misbruikte
  3. misbruikte
  4. misbruikten
  5. misbruikten
  6. misbruikten
v.t.t.
  1. heb misbruikt
  2. hebt misbruikt
  3. heeft misbruikt
  4. hebben misbruikt
  5. hebben misbruikt
  6. hebben misbruikt
v.v.t.
  1. had misbruikt
  2. had misbruikt
  3. had misbruikt
  4. hadden misbruikt
  5. hadden misbruikt
  6. hadden misbruikt
o.t.t.t.
  1. zal misbruiken
  2. zult misbruiken
  3. zal misbruiken
  4. zullen misbruiken
  5. zullen misbruiken
  6. zullen misbruiken
o.v.t.t.
  1. zou misbruiken
  2. zou misbruiken
  3. zou misbruiken
  4. zouden misbruiken
  5. zouden misbruiken
  6. zouden misbruiken
en verder
  1. ben misbruikt
  2. bent misbruikt
  3. is misbruikt
  4. zijn misbruikt
  5. zijn misbruikt
  6. zijn misbruikt
diversen
  1. misbruik!
  2. misbruikt!
  3. misbruikt
  4. misbruikend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Palabras relacionadas con "misbruiken":


misbruik:

misbruik [het ~] sustantivo

  1. het misbruik
    het misbruik; oneigenlijk gebruik
  2. het misbruik
    het misbruik; overdadig gebruik

Palabras relacionadas con "misbruik":