Resumen
Francés a neerlandés: más información...
-
ôter:
- uitlichten; nemen uit; uittrekken; uitdoen; uitkleden; ontkleden; uitnemen; eruit nemen; stelen; pikken; verdonkeremanen; ontnemen; toeëigenen; snaaien; gappen; kapen; inpikken; roven; ontfutselen; jatten; ontvreemden; wegpikken; wegnemen; plunderen; wegkapen; benemen; achteroverdrukken; afnemen; vervreemden; verduisteren; verdonkeren; wegpakken; leegstelen
Francés
Traducciones detalladas de ôter de francés a neerlandés
ôter:
-
ôter
-
ôter (déshabiller; enlever; dévêtir)
-
ôter (enlever)
-
ôter (enlever)
-
ôter (voler; enlever; prendre; chiper; dérober; retirer; piquer; barboter; faucher; marauder; piller; rafler; subtiliser; choper; s'emparer)
stelen; pikken; verdonkeremanen; ontnemen; toeëigenen; snaaien; gappen; kapen; inpikken; roven; ontfutselen; jatten; ontvreemden; wegpikken; wegnemen; plunderen; wegkapen; benemen; achteroverdrukken; afnemen; vervreemden; verduisteren; verdonkeren; wegpakken; leegstelen-
verdonkeremanen verbo (verdonkeremaan, verdonkeremaant, verdonkeremaande, verdonkeremaanden, verdonkeremaand)
-
achteroverdrukken verbo (druk achterover, drukt achterover, drukte achterover, drukten achterover, achterovergedrukt)
Conjugaciones de ôter:
Présent
- ôte
- ôtes
- ôte
- ôtons
- ôtez
- ôtent
imparfait
- ôtais
- ôtais
- ôtait
- ôtions
- ôtiez
- ôtaient
passé simple
- ôtai
- ôtas
- ôta
- ôtâmes
- ôtâtes
- ôtèrent
futur simple
- ôterai
- ôteras
- ôtera
- ôterons
- ôterez
- ôteront
subjonctif présent
- que j'ôte
- que tu ôtes
- qu'il ôte
- que nous ôtions
- que vous ôtiez
- qu'ils ôtent
conditionnel présent
- ôterais
- ôterais
- ôterait
- ôterions
- ôteriez
- ôteraient
passé composé
- ai ôté
- as ôté
- a ôté
- avons ôté
- avez ôté
- ont ôté
divers
- ôte!
- ôtez!
- ôtons!
- ôté
- ôtant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles
Sinónimos de "ôter":
Traducciones automáticas externas:
Images: