Eliminar anuncios

Francés

Traducciones detalladas de ôter de francés a neerlandés

ôter:

ôter verbo

  1. ôter
    uitlichten; nemen uit
  2. ôter (déshabiller; enlever; dévêtir)
    uittrekken; uitdoen; uitkleden; ontkleden
    • uittrekken verbo (trek uit, trekt uit, trok uit, trokken uit, uitgetrokken)
    • uitdoen verbo (doe uit, doet uit, deed uit, deden uit, uitgedaan)
    • uitkleden verbo (kleed uit, kleedt uit, kleedde uit, kleedden uit, uitgekleed)
    • ontkleden verbo (ontkleed, ontkleedt, ontkleedde, ontkleedden, ontkleed)
  3. ôter (enlever)
    uitnemen
    • uitnemen verbo (neem uit, neemt uit, nam uit, namen uit, uitgenomen)
  4. ôter (enlever)
    eruit nemen
    • eruit nemen verbo (neem eruit, neemt eruit, nam eruit, namen eruit, eruit genomen)
  5. ôter (voler; enlever; prendre; )
    stelen; pikken; verdonkeremanen; ontnemen; toeëigenen; snaaien; gappen; kapen; inpikken; roven; ontfutselen; jatten; ontvreemden; wegpikken; wegnemen; plunderen; wegkapen; benemen; achteroverdrukken; afnemen; vervreemden; verduisteren; verdonkeren; wegpakken; leegstelen
    • stelen verbo (steel, steelt, stal, stalen, gestolen)
    • pikken verbo (pik, pikt, pikte, pikten, gepikt)
    • verdonkeremanen verbo (verdonkeremaan, verdonkeremaant, verdonkeremaande, verdonkeremaanden, verdonkeremaand)
    • ontnemen verbo (ontneem, ontneemt, ontnam, ontnomen, ontnomen)
    • toeëigenen verbo (eigen toe, eigent toe, eigende toe, eigenden toe, toegeeigend)
    • snaaien verbo (snaai, snaait, snaaide, snaaiden, gesnaaid)
    • gappen verbo (gap, gapt, gapte, gapten, gegapt)
    • kapen verbo (kaap, kaapt, kaapte, kaapten, gekaapt)
    • inpikken verbo (pik in, pikt in, pikte in, pikten in, ingepikt)
    • roven verbo (roof, rooft, roofde, roofden, geroofd)
    • ontfutselen verbo (ontfrutsel, ontfrutselt, ontfrutselde, ontfrutselden, ontfrutseld)
    • jatten verbo (jat, jatte, jatten, gejat)
    • ontvreemden verbo (ontvreemd, ontvreemdt, ontvreemdde, ontvreemdden, ontvreemd)
    • wegpikken verbo (pik weg, pikt weg, pikte weg, pikten weg, weggepikt)
    • wegnemen verbo (neem weg, neemt weg, nam weg, namen weg, weggenomen)
    • plunderen verbo (plunder, plundert, plunderde, plunderden, geplunderd)
    • wegkapen verbo (kaap weg, kaapt weg, kaapte weg, kaapten weg, weggekaapt)
    • benemen verbo (beneem, beneemt, benam, benamen, benomen)
    • achteroverdrukken verbo (druk achterover, drukt achterover, drukte achterover, drukten achterover, achterovergedrukt)
    • afnemen verbo (neem af, neemt af, nam af, namen af, afgenomen)
    • vervreemden verbo (vervreemd, vervreemdt, vervreemdde, vervreemdden, vervreemd)
    • verduisteren verbo (verduister, verduistert, verduisterde, verduisterden, verduisterd)
    • verdonkeren verbo (verdonker, verdonkert, verdonkerde, verdonkerden, verdonkerd)
    • wegpakken verbo (pak weg, pakt weg, pakte weg, pakten weg, weggepakt)
    • leegstelen verbo (steel leeg, steelt leeg, stal leeg, stalen leeg, leeggestolen)

Conjugaciones de ôter:

Présent
  1. ôte
  2. ôtes
  3. ôte
  4. ôtons
  5. ôtez
  6. ôtent
imparfait
  1. ôtais
  2. ôtais
  3. ôtait
  4. ôtions
  5. ôtiez
  6. ôtaient
passé simple
  1. ôtai
  2. ôtas
  3. ôta
  4. ôtâmes
  5. ôtâtes
  6. ôtèrent
futur simple
  1. ôterai
  2. ôteras
  3. ôtera
  4. ôterons
  5. ôterez
  6. ôteront
subjonctif présent
  1. que j'ôte
  2. que tu ôtes
  3. qu'il ôte
  4. que nous ôtions
  5. que vous ôtiez
  6. qu'ils ôtent
conditionnel présent
  1. ôterais
  2. ôterais
  3. ôterait
  4. ôterions
  5. ôteriez
  6. ôteraient
passé composé
  1. ai ôté
  2. as ôté
  3. a ôté
  4. avons ôté
  5. avez ôté
  6. ont ôté
divers
  1. ôte!
  2. ôtez!
  3. ôtons!
  4. ôté
  5. ôtant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Sinónimos de "ôter":


Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de ôter



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios