Eliminar anuncios

Neerlandés

Traducciones detalladas de vervallen de neerlandés a francés

vervallen:

vervallen verbo (verval, vervalt, verviel, vervielen, vervallen)

  1. vervallen (bouwvallig worden)
  2. vervallen (verstrijken; voorbijgaan; verlopen; vergaan; aflopen)
  3. vervallen (flauw hellend aflopend; aflopen; glooien)
  4. vervallen (minder worden; declineren; afnemen; )
  5. vervallen (wegzinken; wegglijden; inzinken; )
  6. vervallen (vergaan; verkommeren)

Conjugaciones de vervallen:

o.t.t.
  1. verval
  2. vervalt
  3. vervalt
  4. vervallen
  5. vervallen
  6. vervallen
o.v.t.
  1. verviel
  2. verviel
  3. verviel
  4. vervielen
  5. vervielen
  6. vervielen
v.t.t.
  1. ben vervallen
  2. bent vervallen
  3. is vervallen
  4. zijn vervallen
  5. zijn vervallen
  6. zijn vervallen
v.v.t.
  1. was vervallen
  2. was vervallen
  3. was vervallen
  4. waren vervallen
  5. waren vervallen
  6. waren vervallen
o.t.t.t.
  1. zal vervallen
  2. zult vervallen
  3. zal vervallen
  4. zullen vervallen
  5. zullen vervallen
  6. zullen vervallen
o.v.t.t.
  1. zou vervallen
  2. zou vervallen
  3. zou vervallen
  4. zouden vervallen
  5. zouden vervallen
  6. zouden vervallen
diversen
  1. verval!
  2. vervalt!
  3. vervallen
  4. vervallend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

vervallen adj.

  1. vervallen (verstreken; beëindigd; verlopen; voorbij)
  2. vervallen (versleten; afgeleefd; oud; afgedragen; afgetrapt)
    usé

vervallen [het ~] sustantivo

  1. het vervallen (verstrijken)
    l'expiration; l'écoulement

Traducciones automáticas externas:
Images:

Traducciones relacionadas de vervallen



Eliminar anuncios

Eliminar anuncios