Resumen
Neerlandés a sueco:   más información...
  1. omroep:
  2. omroepen:
  3. Wiktionary:


Neerlandés

Traducciones detalladas de omroep de neerlandés a sueco

omroep:

omroep [de ~ (m)] sustantivo

  1. de omroep (radio-en televisieomroep)

Translation Matrix for omroep:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
radioutsändningsföretag omroep; radio-en televisieomroep

Palabras relacionadas con "omroep":


Definiciones relacionadas de "omroep":

  1. organisatie die programma's uitzendt op radio en televisie1
    • deze omroep zendt veel spelletjes uit1

omroep forma de omroepen:

omroepen verbo (roep om, roept om, riep om, riepen om, omgeroepen)

  1. omroepen (nieuwsberichten omroepen)
    sända nyheterna
    • sända nyheterna verbo (sänder nyheterna, sändde nyheterna, sänt nyheterna)
  2. omroepen (programma uitzenden)
    sända ut
    • sända ut verbo (sänder ut, sändde ut, sänt ut)
  3. omroepen (namen afroepen; afroepen)
    förkunna; ropa ut; tillkännage namn
    • förkunna verbo (förkunnar, förkunnade, förkunnat)
    • ropa ut verbo (ropar ut, ropade ut, ropat ut)
    • tillkännage namn verbo (tillkännager namn, tillkännagde namn, tillkännaget namn)

Conjugaciones de omroepen:

o.t.t.
  1. roep om
  2. roept om
  3. roept om
  4. roepen om
  5. roepen om
  6. roepen om
o.v.t.
  1. riep om
  2. riep om
  3. riep om
  4. riepen om
  5. riepen om
  6. riepen om
v.t.t.
  1. heb omgeroepen
  2. hebt omgeroepen
  3. heeft omgeroepen
  4. hebben omgeroepen
  5. hebben omgeroepen
  6. hebben omgeroepen
v.v.t.
  1. had omgeroepen
  2. had omgeroepen
  3. had omgeroepen
  4. hadden omgeroepen
  5. hadden omgeroepen
  6. hadden omgeroepen
o.t.t.t.
  1. zal omroepen
  2. zult omroepen
  3. zal omroepen
  4. zullen omroepen
  5. zullen omroepen
  6. zullen omroepen
o.v.t.t.
  1. zou omroepen
  2. zou omroepen
  3. zou omroepen
  4. zouden omroepen
  5. zouden omroepen
  6. zouden omroepen
en verder
  1. ben omgeroepen
  2. bent omgeroepen
  3. is omgeroepen
  4. zijn omgeroepen
  5. zijn omgeroepen
  6. zijn omgeroepen
diversen
  1. roep om!
  2. roept om!
  3. omgeroepen
  4. omroepend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for omroepen:

VerbTraducciones relacionadasOther Translations
förkunna afroepen; namen afroepen; omroepen aankondigen; afkondigen; annonceren; beginnen; bekendmaken; iets aankondigen; inluiden; proclameren; starten
ropa ut afroepen; namen afroepen; omroepen colporteren; uitventen
sända nyheterna nieuwsberichten omroepen; omroepen
sända ut omroepen; programma uitzenden
tillkännage namn afroepen; namen afroepen; omroepen

Palabras relacionadas con "omroepen":


Wiktionary: omroepen


Cross Translation:
FromToVia
omroepen sända ut; utsända broadcast — to transmit a message or signal via radio waves or electronic means

Traducciones relacionadas de omroep