Resumen
Neerlandés a inglés:   más información...
  1. vereiste:
  2. vereisen:
  3. User Contributed Translations for vereiste:
    • prerequisite

Eliminar anuncios

Neerlandés

Traducciones detalladas de vereiste de neerlandés a inglés

vereiste:

vereiste [de ~ (v)] sustantivo

  1. de vereiste (must)
    the requirement; the requisite
    the must
    – a necessary or essential thing 1
    • must [the ~] sustantivo
      • seat belts are an absolute must1
  2. de vereiste (voorwaarde; conditie; eis)
    the requisite; the condition; the stipulation; the term

Translation Matrix for vereiste:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
condition conditie; eis; vereiste; voorwaarde beding; bepaling; beperking; conditie; criterium; eis; gesteldheid; kriterium; positie; staat; toestand; voorwaarde; vorm
must must; vereiste
requirement must; vereiste benodigdheid; materiaal
requisite conditie; eis; must; vereiste; voorwaarde
stipulation conditie; eis; vereiste; voorwaarde artikel; beding; clausule; voorwaarde
term conditie; eis; vereiste; voorwaarde aanduiding; benaming; benoeming; frase; gezegde; looptijd; naam; periode; schooltijd; term; termijn; tijdsbestek; tijdsduur; uitdrukking; zegswijze; zin
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
must believen; moeten; willen
term benoemen; een naam geven; noemen; vernoemen

vereiste forma de vereisen:

vereisen verbo (vereis, vereist, vereiste, vereisten, vereist)

  1. vereisen (vergen; verlangen; eisen)
    to require; to demand
    • require verbo (requires, required, requiring)
    • demand verbo (demands, demanded, demanding)

Conjugaciones de vereisen:

o.t.t.
  1. vereis
  2. vereist
  3. vereist
  4. vereisen
  5. vereisen
  6. vereisen
o.v.t.
  1. vereiste
  2. vereiste
  3. vereiste
  4. vereisten
  5. vereisten
  6. vereisten
v.t.t.
  1. heb vereist
  2. hebt vereist
  3. heeft vereist
  4. hebben vereist
  5. hebben vereist
  6. hebben vereist
v.v.t.
  1. had vereist
  2. had vereist
  3. had vereist
  4. hadden vereist
  5. hadden vereist
  6. hadden vereist
o.t.t.t.
  1. zal vereisen
  2. zult vereisen
  3. zal vereisen
  4. zullen vereisen
  5. zullen vereisen
  6. zullen vereisen
o.v.t.t.
  1. zou vereisen
  2. zou vereisen
  3. zou vereisen
  4. zouden vereisen
  5. zouden vereisen
  6. zouden vereisen
en verder
  1. ben vereist
  2. bent vereist
  3. is vereist
  4. zijn vereist
  5. zijn vereist
  6. zijn vereist
diversen
  1. vereis!
  2. vereist!
  3. vereist
  4. vereisend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vereisen:

NounTraducciones relacionadasOther Translations
demand aanmaning; aansporing tot plicht; aanspraak; claim; eis; herinnering; recht; rechtsgrond; rechtstitel; titel; vordering; vraag
VerbTraducciones relacionadasOther Translations
demand eisen; vereisen; vergen; verlangen aanspraak maken op; eisen; inmanen; invorderen; opeisen; opvorderen; rekwireren; vorderen; vraag stellen; vragen
require eisen; vereisen; vergen; verlangen aanvragen; aanzoeken; behoeven; benodigen; nodig hebben; uitnodigen; verzoeken; vragen

Traducciones relacionadas de vereiste



Eliminar anuncios




Eliminar anuncios